Cyclo Drenthe

2 april 2000

 

Op zondagmorgen de wekker gezet op half 9 en tegen half 10 met de fiets in de auto op weg naar Hoogeveen waar om half 11 de cyclo-sportieve versie van de Ronde van Drenthe zou starten. 125 kilometer door Drenthe is voor een toerfietser prima te doen.

Het regende een beetje, maar de weermannen hadden voor de rest van de dag beterschap beloofd en de temperatuur zou behoorlijk oplopen.

 

Op zaterdagavond had ik gezien wat de profs en elite-amateurs op het parcours gedaan hadden. Wat mij opviel was, dat er wel erg veel kasseistroken te nemen waren en eigenlijk heb ik een bloedhekel aan natte klinkers en kasseien die nat zijn, zijn nog erger. Maar wie A zegt moet ook B zeggen en niets kon mij weerhouden om een keer mee te doen met een “cyclo”.

 

Waar ik me vooraf zorgen over maak is het tempo. Ik weet dat het grootste deel van de kilometers “en groupe” worden verreden achter een auto. Als de groep groot genoeg is en het tempo niet constant boven de 35 ligt, zie ik wel mogelijkheden om bij de groep te blijven. Veel kopwerk zal ik wel niet hoeven te doen.

 

Ik blijk een verkeerde greep gedaan te hebben in de klerenkast en er 2 shirts met korte mouwen uitgehaald te hebben. Met een graad of 7 bij de start is dit wel frisjes, maar later op de dag wordt het een graad of 14 en dan is korte mouwen toch aangenaam.

 

Het startpunt in Hoogeveen is makkelijk te vinden. Ik rijd gewoon achter een andere auto aan die een fiets op het rek heeft staan. Bij de inschrijving krijg ik nummer 108 toegewezen. Met wat bananen en flesjes extran op zak wacht ik tot de meute de hal uit fietst. Ik zet me in het tweede deel van de groep rond plaats 80. In Hoogeveen moeten eerst nog wat klinkerwegen genomen worden, hetgeen tot uiterste concentratie leidt. Buiten Hoogeveen gaat het tempo er op. Afgezien van het regelmatig afremmen en vervolgens weer bijsprinten bij een bocht, ligt het tempo meestal zo rond de 32 a 33.

 

Na 13 kilometer moeten we voor de eerste maal de VAM-berg over. Van de “makkelijke” kant. Inderdaad de klim is niet erg stijl, maar de afdaling van 17% met een nat en smal wegdek met modder aan de kant is zeker niet makkelijk. Ook zijn er een aantal metaalstroken in het wegdek die me bijzonder glad lijken. Wat het nog lastiger maakt is dat er aan het eind van de afdaling een haakse bocht is.

 

Een onverwacht fenomeen is dat er uitgebreid gewacht wordt tot de hele groep weer bij elkaar is.

Na een kilometer of 50 duikt de eerste van de in totaal 5 kasseistroken op. Met een haakse bocht naar links en eerst nog een klein stukje asfalt begint de ellende. Je wordt volledig door elkaar geschud en alles wat maar een beetje los zit rammelt van je fiets. Sommige kasseistroken lopen zo bol dat je, mede door de natte kopjes, naar de zijkant wordt gedreven. Je komt dan eerst op de grote kasseien terecht waardoor je nog harder gaat schudden en als je naast de kasseien komt, is er wel een redelijk gladde stook zand, maar deze is erg zacht en er zijn talrijke plassen, zodat je onder de modder komt te zitten.

 

Na de eerste kasseistrook blijkt de blaas van vele deelnemers niet bestand tegen de ontberingen en bijna een kwart van de deelnemers gaat aan de kant van de weg staan om de blaas te legen. Het peloton rijdt met een vaartje van 15 km/uur een tijdje door totdat ook de laatste deelnemer weer terug is.

Wat bij de profs regelmatig voorkomt, komt ook hier voor: het fenomeen lekke band. Met name tijdens en meteen na de kasseistroken zijn er veel lekke banden.

 

Na de 5e kasseistrook ben ik blij dat dat de laatste was. Voor mij volgt zeker geen Parijs-Roubaix.

 

Op de terugweg moet nog 2 maal de VAM-berg beklommen worden. Van de steile kant. Als deze in zicht komt, wordt geleidelijk aan het tempo van de groep opgevoerd. Het peloton begint de samenhang te verliezen. Tegen de wind in wordt het een lang lint van fietsers die allemaal in het zog van de voorganger willen blijven. Als voor een bocht het tempo omlaag gaat, wordt de vermoeidheid van een aantal deelnemers zichtbaar: een paar kleine valpartijen zijn het gevolg. Tegen de tijd dat de klim van 17% begint is de koers vrijgegeven. Ik zit op dat moment in de staart van het peloton en zie een grote groep tegen de bult aanknallen. Ik doe het rustig aan en de afdaling die volgt is een genot. Ik kom net boven de 60.

We rijden vervolgens een paar kilometer om de bult heen en moeten er nogmaals overheen. Er vormen zich groepjes van 2 tot 4 man die kop over kop proberen de schade tot de hoofdmacht te beperken.

 

Voor de laatste beklimming van de VAM-berg wil mijn derailleur niet snel genoeg op het kleinste voorblad. De vele nattigheid onderweg heeft alle vet van de ketting verwijderd en deze is nu gortdroog. Ik kom volledig stil te staan en moet even van de fiets om te schakelen. Een toeschouwer duwt mij vervolgens de eerste meters, zodat ik de pedalen vast kan klikken. Ik schat dat ik inmiddels rond de 100e plek (van de 120) in de koers heb.

Bovenop gekomen ken ik inmiddels de afdaling die gaat volgen en ik haal nu ruim 65 km/uur.

 

Er zit nu 115 kilometer op de teller, er resteren er nog een stuk of tien. Ik rijd naar iemand toe die voor mij rijdt en samen gaan we verder. Een van de begeleidende motorrijders haalt ons in en gaat voor ons rijden. Ik volg, maar merk dat de andere fietser het tempo niet volgt. Ik rijd zo een kilometer of 4 achter de motor aan totdat hij stopt bij een kruising. Ik krijg mee dat de begeleiding nu weg is en dat we de gewone verkeersregels moeten volgen tot in Hoogeveen.

Kennelijk ben ik ergens verkeerd gereden, want ik zie verder niets meer van de organisatie (pijlen of motoren). Uiteindelijk kom ik na 140 km weer in Hoogeveen aan, waar ze op dat moment de finish al aan het afbreken zijn. Ik zal wel geen officiële notering in de uitslag krijgen.

 

Na afloop: Het was een hele beleving. Niet op het fietspad te hoeven, begeleiding, verzorging tot en met soep en slaatje toe, hulp bij panne etc.

Maar eigenlijk heb ik er niets te zoeken. Het uiteindelijk gemiddelde van 30,5 is niet veel hoger dan de meeste tochten die ik solo rijd, maar de vele wisselingen van tempo slopen je meer. Ook de keuze voor de wegen waar je langs gaat zal niet snel gekozen worden bij een “gewone“ toertocht.

 

Moe, voldaan en onder de modder ben ik tegen 4 uur weer thuis.