Bikemail Pronkdag 2000

 

Zaterdag 27 mei 2000 (voorbereiding)

Het weekend van de Bikemail-pronkdag en tijdrit is aangebroken. Zondag om 11 uur moet ik in Woerden zijn. Ik heb via de routeplanner de ideale route naar Woerden uit laten printen. Over de Veluwe, via Spakenburg en Maarssen is het 109 kilometer. Nu voert deze ideale route via erg veel binnenweggetjes en ik zal deze wel niet geheel kunnen volgen, maar een afstand van 115 a 120 km lijkt me reëel. Fietstijd pakweg 4 tot 4.15 uur. Met een speling van een half uur zal ik even voor half 7 moeten vertrekken.

De weersvooruitzichten zijn niet ideaal. ‘s Ochtends regen, later opklaringen met een enkele bui. 11 - 15 C. Een stevige zuidwester wordt er verder verwacht. Dit laatste betekent zoveel mogelijk door de bossen heen om de tegenwind te vermijden en na afloop door de polder terug.

‘s Avonds nog een half uurtje aan de fiets gepoetst want het wordt per slot van rekening ook een pronkdag. Tegen middernacht laat ik nog even de hond uit en constateer dat het inmiddels windstil geworden is. Achteraf is dit de welbekende stilte voor de storm geweest.

Zondag 28 mei 2000 (de rit naar Woerden)

Om 05.40 uur gaat de wekker. Ik kijk uit het raam en zie dat de weg wat vochtig is. Het weer lijkt nog mee te vallen. Gezien de temperatuur moet de lange broek aan. Ook de regenjas besluit ik meteen maar aan te trekken.

06.25 uur. Ik rij de straat uit richting Veluwe. De brug over de IJssel na 2 kilometer is meestal een indicatie voor de wind. Tegen de verwachting in heb ik de wind net een klein beetje mee. De keuze voor de route valt op de rand van de Veluwe, met wat minder beschutting, dan wanneer ik de route over de Veluwe zelf neem. In alle rust passeer ik ’t Harde en Nunspeet.

Het is inmiddels wat gaan regenen en het vocht sijpelt langs de benen mijn schoenen in. In Nunspeet even een uitstapje: de Veluwe op om plaatsen als Harderwijk en Ermelo te mijden. Nu volgt de enige berg van de dag: de Stakenberg. Dit is een heuvel met veel vals plat. Maximale hoogte rond de 40 meter. Ik ben ruim een uur onderweg en het gemiddelde staat op 29.1. Als dit zo door gaat ben ik om half 11 in Woerden.

De regen blijft flink aanhouden en er komt water tussen de contactpunten van de teller en die op het stuur. Mijn snelheid reduceert (volgens de teller) tot 0. Ik blaas het vocht weg en bevestig de boel weer. Na 10 minuten weer hetzelfde euvel. Hier baal ik van. Ik stap af en scheur een stuk van een plastic zakje af en doe dit met een elastiekje om de teller. Ik kan nu niet goed meer zien wat de teller aangeeft, maar het tellertje blijft in elk geval droog. Als straks de regen stopt, kan het er wel weer af.

Het is klokslag 8 uur en ik hoor ineens een welbekend gesis. Lekke band. Het blijkt een scheurtje te zijn op het loopvlak dat ik gisteravond kennelijk over het hoofd heb gezien. Een van de twee reservebandjes en een stuk canvas lossen het probleem op en 10 minuten later rij ik weer.

Volgens de ideale route moet ik via Speuld en Drie naar Putten. Ik kom nu op voor mij onbekend terrein. Na de Stakenberg is het landschap op hoogte gebleven. Na een korte afdaling stijg ik heel geleidelijk aan naar het hoogste punt van de dag: 55 m boven NAP in Drie. Wist ik veel dat die routeplanner ook via bospaden gaat. Onmiddellijk na Drie houdt de verharde weg op te bestaan en wordt een natte zandweg met een al even nat schelpenpad ernaast. Voor de oriëntatie ben ik nu aangewezen op ANWB-paddestoelen en soms een gok. Na diverse stops en een afdaling met veel opspattende modder bereik in na zo’n kilometer of 6 Putten. Hier is het even zoeken, maar ik kan al snel de weg naar Nijkerk vinden.

In Nijkerk de rondweg op. Vlak voor de afslag naar Spakenburg mis ik een aanduiding dat ik aan de andere kant van de weg verder moet rijden. Ik blijf op het fietspad en na wat slingers in het pad eindigt dit fietspad. Vlak voor het einde is een kleine bocht en terwijl ik die neem voel ik het voorwiel de grip verliezen: losse sintels op de weg. Ik corrigeer het stuur en weet me net rechtop te houden, maar de bocht red ik niet meer. Ik rijd door een gat en stuiter tegen de zijkant van de weg aan.

Weer dat bekende gesis. Weer de achterband lek.

Ik pak de laatste reserveband en kan na een minuut of 10 weer verder. Shit: ook de voorband lek, dat wordt plakken in de regen. Inmiddels waait het al stevig en ik moet moeite doen om de spulletjes bij elkaar te houden. Ik probeer de band droog te krijgen om te kunnen schuren, maar het lukt niet echt. Dan maar gokken dat het goed gaat. Plakken en wegwezen. Op dat gebied heb ik die dag verder geluk gehad. Ondanks alles, waarbij ik soms mijn hart vasthield, hebben de banden het gehouden. Na een ommetje over het industrieterrein kon ik de juiste weg vervolgen. Al met al heb ik in Nijkerk weer een half uur verloren. 11 uur in Woerden wordt kritiek.

Spakenburg en Baarn volgen. Ik ben vergeten dat ik in Baarn rechtuit moest naar Lage Vuursche en ga rechtsaf over de rondweg richting Hilversum omdat ik daar de afslag naar Lage Vuursche verwacht. Op het moment dat ik zie dat Soestdijk (4 km) linksaf en Hilversum rechtsaf is realiseer ik mijn vergissing. Ik besluit Hilversum te blijven volgen omdat dit meer in de richting is en speur naar een afslag om Hilversum niet door te hoeven. In een flits zie ik op een paddestoel staan dat Lage Vuursche / Hollandse Rading links af is en ik draai de weg in.

Nu volgen er weer 6 kilometer met cyclocross op de smalle bandjes, maar ik bereik Hollandse Rading zonder problemen. Door al dit veldrijden heeft mijn onderbeen een extra bescherming gekregen. Ik schat dat de dikte van de zandlaag op mijn benen ongeveer 1 cm is.

Het was inmiddels af en toe zelfs even droog geworden, maar na Hollandse Rading krijg ik een plensbui over me heen. Meteen daarna breekt de zon door en verdubbelt de windkracht. De wind was inmiddels naar het zuiden gedraaid en draait verder door naar het zuidwesten. Ik realiseer me dat de laatste 45 kilometer volledig tegen de wind in is en dat de beschutting aan de kant van de weg minimaal is in dit polderachtige landschap. Regelmatig zakt de snelheid terug tot onder de 20. Alleen in dorpen kan ik de teller in de buurt van de 28 krijgen. Westbroek, een stuk Utrecht en Maarssen (wat een rotgat om de weg te vinden) volgen. Het is inmiddels 11 uur. Ik zit al op ruim 100 kilometer en het totaal aantal kilometers in Woerden komt zeker boven de 120 te liggen. Ik hoop dat de andere bikemailers blijven wachten en mochten ze dat niet doen, dat ze mijn route kruisen bij het wegrijden. Ik zal ze niet kwalijk nemen als ze alweer weg zijn.

Via Vleuten is de weg naar Woerden eenvoudig te vinden. Het laatste stuk langs de spoorbaan is nog pittig. Het stormt inmiddels en ik moet moeite doen om de snelheid boven de 20 te krijgen. Het lukt me alleen in de luwte van wat boerderijen. Het is kwart over 12 als ik in de stationshal van Woerden 2 gele wielerjacks zie. Ik zwaai en begroet even later Reinier en Peter.

Zondag 28 mei 2000 (in Woerden)
In Woerden. De ontmoeting met de 2 andere bikemailers is hartelijk. Helaas zijn het er maar 2. Redenen van de anderen om niet te komen zijn zeer divers en inmiddels bij menigeen bekend. Na eerst nog een tijdlang in de stationshal gebivakkeerd te hebben (wachten op mensen die niet komen), hebben we besloten om geen tijdrit te houden. Van pronken met de fiets kwam overigens ook niet veel terecht.

De omstandigheden waren inmiddels weer verslechterd. Het was weer flink gaan regenen en het bleef stormen. De temperatuur bleef steken bij een graad of 8.

Onder het motto van “waar een kerk is, is een kroeg” zijn we richting Woerden-centrum gegaan. Hier vonden we inderdaad een café waar ze warme koffie en soep hadden. We vervolgden met het uitwisselen van allerlei ervaringen en konden op de TV zien hoe onze professionele collega’s in Italië de Gavia beklommen. Tegen half 4 wilden Reinier en ondergetekende onze consumpties afrekenen, maar Peter bleek al dit geheel voor zijn rekening genomen te hebben. Hulde hiervoor. Zo zie je maar weer dat een dagje afzien geen cent hoeft te kosten.

Om half 4 zijn we gedrieën terug gereden naar het station. Hier namen Peter en ik afscheid van Reinier. Even later ging Peter rechtsaf richting Zeist en ik moest de borden volgen naar Kamerik.

Zondag 28 mei 2000 (de rit terug naar Zwolle)
Terug naar huis. Even buiten Woerden zie ik Reinier in zijn autootje mij voorbij rijden. Ik heb de wind schuin achter en kom eindelijk weer eens boven de 30. Later zal ik de wind echt in de rug krijgen en ik ben benieuwd hoe hard ik dan kan.

Na Kamerik volgt een afslag naar rechts. De wind is vol in de rug. De snelheid kan ik moeiteloos opvoeren. Even aanzetten en ik rij 30. Let op daar rechts een tak en ik rij 35. Ik voel nog geen spat regen tegen mijn gezicht en ik rij al 40. Daar ginds een bocht; dat wordt afremmen want met 45 door de bocht is riskant. Een stuk met afgevallen takken volgt. Een slalom door Kockengen, gevolgd door een aantal kilometers rechte weg naar Breukelen. Ook nu kan ik de snelheid moeiteloos opvoeren uiteindelijk kom ik op 48 km/uur.

Voor Breukelen linksaf langs het Amsterdam Rijnkanaal. De wind is nu schuin achter en kilometerslang kan ik 36 volhouden. Af en toe zijn de rukwinden erg sterk en ik moet me concentreren om niet van de weg en in het kanaal geblazen te worden. 2 stukjes met klinkers die onder deze omstandigheden spekglad kunnen zijn neem ik met grote voorzichtigheid.

Voor ik het in de gaten heb ben ik al bij Driemond. Ik bel even naar huis om door te geven dat alles goed gaat, zodat ze zich niet ongerust hoeven te maken. Bij de spoorbrug steek ik het kanaal over en ga aan de oostkant verder. Bij de A1 verlaat ik het kanaal en ga via Muiden en Muiderberg richting Almere.

Na het Gooimeer pak ik de route via de Oostvaardersdijk. Eerst nog een stuk met de wind van opzij langs het strand. Kennelijk heeft het weekblad “de Libelle” er een dag georganiseerd, want overal zijn publicatieborden, politie en vrachtauto’s met spullen. Veel bezoekers heb ik niet gezien. Wel stikte het er van de konijnen. Die beesten vluchten alle kanten op als je in de buurt komt. Soms is het ogen dicht en doorfietsen en maar hopen dat ze je voorwiel zullen missen. Het ging steeds goed.

Nog een stukje de wind vol tegen. Het is alsof ik een Alpencol beklim. De snelheid zakt terug tot 12 - 15 km/uur. Links van mij slaan de golven van het IJsselmeer kapot tegen de basaltblokken. De golven verstuiven en het water slaat over het fietspad heen. Geen probleem: ik was toch al nat en regenen heeft het de volledige terugweg gedaan. Na de bocht moet 25 kilometer naar Lelystad volgen met de wind vol in de rug.

Eindelijk volgt de bocht. Geleidelijk gaat de snelheid omhoog. 20 - 25 - 30 - 35. De wind is nu vol achter. Net als op de weg naar Breukelen kan ik de snelheid moeiteloos opvoeren tot boven de 40. Uiteindelijk rij ik een stuk van zeker 5 kilometer boven de 50. Af en toe gaat het fietspad van de ene naar de andere kant van de weg. Dit zijn de enige onderbrekingen die een constant hoge snelheid in de weg staan. Op het laatste stuk naar Lelystad probeer ik een sprintje om te kijken hoe hard het kan. Ik merk dat de 200 kilometer die ik al in de benen heb, het sprinten moeilijk maakt. Toch bereik ik een top van 64,5.

Lelystad is altijd een crime. Uiteindelijk kom ik op de weg naar Dronten. Het is inmiddels 6 uur geweest en ik eet een paar boterhammen. Nog 40 kilometer en geleidelijk aan meer naar het oosten zodat ik minder profijt zal hebben van de wind. Buiten Lelystad is de weg bezaaid met takken en een paar maal moet ik van de fiets omdat het fietspad versperd is.

Na het viaduct van de A6 volgt het fietspad een route langs en gedeeltelijk door het bos. Ik zie dat een paar grote takken het pad versperren en ga verder over de hoofdweg. Afgezien wat getoeter van gefrustreerde automobilisten levert dit geen problemen op. Ik zie dat een shovel over het fietspad rijdt die de weg weer vrijmaakt. Na 10 kilometer in overtreding te zijn geweest kan ik weer via het fietspad verder.

Na Dronten volgt Kampen en vanaf de brug over de IJssel is het nog 12 kilometer naar huis. Na de brug buigt de weg richting zuidoost en de wind heb ik dit stuk van opzij. In Zwolle moet ik nog verder tegen de wind in. De knollen zijn echter volledig op en de laatste 2 kilometer doe ik als een toerist. Ik laat zelfs bij de stoplichten een keer mijn beurt voorbij gaan om uit te rusten. Om kwart over 8 ben ik weer thuis.

Nog wat statistieken bij thuiskomst: (voor de liefhebbers)

· Gefietst: ruim 265 kilometer; gemiddeld 29.1

· Heen: 129 km gem: 26.6

· Terug: 136 km gem: 31.9

· Hoogste snelheid: 64,5 km/uur.

· Temperatuur heen: 10 - 12 C; terug 7 - 9 C.

· Regen: alleen tegen de middag was het af en toe droog.

· Wind: volgens het KNMI was het een zware storm uit het Zuidwesten.

· De fiets: een pronkdag onwaardig

· Kleding: alles tot op de draad toe nat

 

Gerrit

 

Noot: Uit het archief over 28 mei 2000; van het KNMI:

Algemeen:

De derde en meest actieve depressie trok op de 28e rond het middaguur langs de kust. Er stond enige tijd een zware zuidwest- tot westerstorm. In het hele land brachten zeer zware windstoten veel schade toe aan gebouwen en bomen. De storm eiste in ons land drie mensenlevens. Er viel zeer veel neerslag: landelijk gemiddeld 15 mm. In de avond kwamen vooral boven het zuiden zware onweersbuien tot ontwikkeling, die gepaard gingen met zware windstoten en hagel.

 

En verder nog:

In de nacht van zaterdag op zondag hebben de meteorologen een voorwaarschuwing uitgegeven, zondagochtend (9 uur) gevolgd door een Weeralarm. En niet onterecht: 's morgens rond 10 uur begon het in Zeeland 'bomen te waaien' bij windstoten van 100 km/h. Langs de kust stond een zware storm, windkracht 10, die zich naar het noorden uitbreidde. Rond 14 uur werden in Noordwijk (buitengaats) zelfs windstoten van 137 km/h gemeten. Ook in het binnenland is een behoorlijk windveld vanuit het zuiden naar het noordoosten getrokken. Gemiddeld stond er een harde wind (windkracht 7) en werden er windstoten van ca. 95 km/h gemeten. In Zuid Limburg werden zelfs windstoten van 100 km/h gemeld.