Dom, dom, dom.Ö maar toch,

 

Vrijdagavond 30 mei stond ik paraat in Viersen/SŁchteln voor de 600 km. Althans dat dacht ik.

Het adres in S
Łchteln had ik gevonden en met een eerste blik vanuit de auto zag ik al veel fietsen staan. De auto geparkeerd en de spullen die ik nodig heb, meegenomen.

Bij het inschrijfbureau blijkt echter niemand van een
randonneurstocht te weten. Het zijn allemaal mountainbikes en hoofdzakelijk jonge gezinnen die samen in een bierstube zitten te eten en drinken.
Van Michael Koth hebben ze nog nooit gehoord.

Blijkt nu achteraf dat ik een cijfer omgedraaid heb.
Ik dacht dat het huisnummer 59 was en het moest zijn 56. DOM. Maar ja, ook bij nummer 56 was geen fietser te zien.

Nog even een 40 minuten rondgefietst in de stad, maar
ook daar geen activiteit. Ik hoopte bij een groep aan te kunnen sluiten als ze weg zouden rijden, maar niemand op een racefiets te zien.

Wat doe je in zoín geval. Je hebt 180 km met de auto gereden om er
te komen en staat paraat? Je gaat dus fietsen.
Mijn eerste gedachte was: dan fiets ik globaal de
route (die ik nog van de site wist) en hoop ergens een groepje op te pikken. Zo gedacht, zo gedaan.

Ik fiets in de vermoedelijke richting (het zuiden),
maar blijk af te dwalen naar het westen (de kmís naar Venlo worden steeds minder). Na een tweede en derde koerscorrectie schiet het nog niet op en ik ben weer dichter bij Venlo gekomen. Ook begint het te regenen. Ik zie felle lichtflitsen in wat vermoedelijk het zuiden is.

Even stoppen en bezinnen:
De vorige dag, Hemelvaartsdag, was ik een stukje wezen
fietsen en had geconstateerd dat de ketting en tandwielen niet geheel meer spoorden. Enkele bladen sloegen over. Het reservewiel was in reparatie na de gebroken spaken van het afgelopen weekend, dus dat was geen optie. Vrijdagochtend even naar de lokale fietsenboer, maar hij had het te druk (een mede PBP-ganger was me net voor). Dat betekende een gok. Ik vermoedde dat het klimmen wel problemen kon opleveren bij weinig keus in het verzet. Het vlakke leek geen probleem.

De eerste heuvels rondom Viersen hadden niet positief
uitgepakt. De klim de stad uit was al een probleem. Wanneer ik iets meer dan normaal aanzette, sloeg de ketting al een paar tanden over.

Ik besloot het oorspronkelijke plan niet door te zetten. Enerzijds het
verzet, anderzijds het onweer deden mij rechtsomkeert maken. Ik probeerde nu de bui zoveel mogelijk achter me te houden en koerste daardoor naar het noorden. Ik had geen kaarten van Limburg, BelgiŽ of Westfalen mee genomen (alleen van de Eifel) maar vertrouwde op mijn topografische kennis om de weg terug weer te vinden.

Na een tijdje boog ik wat af richting Nederland en
kwam Limburg binnen bij Well, waar ik de Maas overstak. Limburg is voor mij vrijwel onbekend en het leek me nu goed om een rondje te maken van pakweg 200 a 250 km.

De bui dreef kennelijk weg naar het noordoosten, want
ook toen ik naar het zuiden reed bleef het droog.

Het blijft een lekker temperatuurtje van boven de 20
en in de vele plaatsjes die volgden zaten de terrassen vol. Nog tot ver na middernacht.

De oude doorgaande weg leidde mij naar Venlo waar ik
verstrikt raakte in industriegebieden en ik kon aanvankelijk de weg naar het zuiden niet vinden. Pas na een oversteek van de Maas kom ik weer op het spoor naar het zuiden.

Vlot kom ik bij Roermond uit, waar ik de rondweg neem. Ik volg deze echter te lang en uiteindelijk verlaat ik
de stad weer aan de noordzijde om terug te komen in de gemeente Swalmen. Het is erg lastig je te oriŽnteren als er geen zon of maan te zien is. Nogmaals richting Roermond, dan de Maas maar weer over om de Napoleonsweg op te zoeken. Ik kruis de A2 en maak kennis met een doodlopend stukje weg bij een van de vele grindafgravingen in de Maas bij Thorn. Het stadje kent inderdaad een groot aantal witte huizen. Ik passeer de grens met BelgiŽ en koers af op Maaseik.

Mijn doel is nu om vrij snel de Maas weer over te
steken en zo terug naar Nederland te gaan. Daarna nog een stuk naar het oosten om als laatste de afbuiging in Duitsland naar het noorden te maken. Ik zit nu op ongeveer 160 km, het wordt dan ruim 200.

Na Maaseik mag ik de hoofdweg niet op en vind een leuk
vrijliggend fietspad over een vroeger spoortraject.

Jammer dat de kruisingen met zijweggetjes nogal
armoedig zijn geconstrueerd. Ik vrees doorstoten van de banden, maar alles blijft gelukkig heel. Na een km of 10 bereik ik weer de grote doorgaande wegen. Wel wordt het nu frisjes. De regen van gisteravond heeft gezorgd voor mistbanken. Ik begin wat moe te worden en het tempo zakt. Bij Maasmechelen in de buurt relax ik een kwartiertje in een bushokje en als ik de positieven weer bij elkaar heb breekt de zon door, zij het slechts gedeeltelijk, want omdat we een gedeeltelijke zonsverduistering hebben, (de maan trekt voor de zon langs), ziet de zon er uit als een grote sikkel.

Ik kan nergens een afslag naar Nederland ontdekken en
pas in Maastricht steek ik de Maas over. De teller staat inmiddels op 220 en daar komen er nog wel een paar bij. Bij Maastricht de route in een rechte lijn naar het noorden via Meerssen, met een klim die net gaat, Geleen, met een ontbijtje bij een tankstation en nu eens probleemloos, Roermond.

In Swalmen wijk ik af van de rechte lijn en duik
Duitsland in om een stuk af te snijden. Ik kom iets te westelijk uit om de meest korte route te nemen, maar uiteindelijk bereik ik om kwart over 11 SŁchteln weer.

Ik drink een van huis meegebracht vruchtensapje en
aanvaard de thuisreis.

Al met al een geslaagde testcase. Meedoen aan het
600-brevet was vermoedelijk minder succesvol geweest.

Statistieken:
In totaal bijna 330 km Fietstijd 12 uur 12 min ďbrevettijdĒ 14 uur 15 min Leermoment: beter lezen en het telefoonnummer van de organisator mee nemen