12 Provincie-Hoofdsteden-Tocht

19 t/m 22 mei 2004

 

Begin januari 2004: In de mailinggroep (PBP-fietsers) waar ik lid van ben, worden de (goede) voornemens voor het fietsseizoen 2004 doorgenomen. Teun Lamers meldt dat hij een tocht van 800 a 1000 km wil maken; een rondje Nederland of zoiets. Ik heb ook al jaren een sluimerend plan om langs alle provincies/hoofdsteden een rit te maken en zie mijn kans schoon.

 

Na wat heen en weer gemail ontstaat het idee om met Hemelvaart te starten en alle Provinciehoofdsteden aan te doen. Ik maak een globale route die uitkomt op ongeveer 1080 kilometer. Naast Teun en mijzelf zijn er nog 3 die wel mee willen doen en daarnaast zijn er nog een paar die routeadviezen willen geven, zonder zelf mee te fietsen.

 

 

Uiteindelijk zijn het Teun Lamers, Robert Lammerts en ondergetekende die op woensdag 19 mei om 22.00 uur van start gaan. De andere twee zijn niet fit genoeg om het avontuur aan te durven.


Zwolle: 19 mei 2004 (22.00 uur).

 

 

Drie man (twee op een Koga Myata Gran Racer en een in een Velomobiel Quest) gaan op pad. De avond valt en met een graad of 18 is het prima fietsweer.

Eerst het nog levendige Zwolle uit en dan een stuk langs de A28, daarna de stille Staphorsterdennen. We willen niet door Meppel en gaan daarom via Punthorst, De Wijk, Rogat en Ruinerwold richting Havelte. Het is nu donker en na pakweg 40 km gaat het verder langs de Drentse Hoofdvaart naar Assen. Als we alle Smildes hebben gehad kunnen we om 1 uur ‘s nachts na 76 km de eerste foto van een bebouwde kom-bord van een provinciehoofdstad nemen.

We blijven nog even langs de hoofdvaart fietsen tot de uitvalsweg naar Groningen.

Via een mooie route komen we een uur later aan in Groningen (104 km).

 

De maag verdient enige aansterking en aan de rand van de binnenstad van Groningen wordt een Turks tentje gevonden waar de koffie prima smaakt. Ook worden de eerste meegenomen boterhammen en stukken bananenbrood opgegeten. Terwijl de Turkse discoklanken eindelijk verstommen bij het wegrijden vinden wij onze weg naar Leeuwarden.

 

Eerst langs het Hoendiep en vervolgens het Van Starkenborghkanaal.

Het is stil, alleen vele kikkers laten hun geroep horen en af en toe een mistbank maakt het wat kil. Plots gaat mijn telefoon. Robert belt dat hij lek gereden is en wij hebben het niet gemerkt.

Teun en ik rijden een stukje terug en we vinden Robert die een binnenbandje verwisselt. Er wordt geen oorzaak gevonden van het lek en goed en wel op weg is het weer raak. Een Velomobiel is minder snel van een nieuwe band te voorzien als een racefiets en ook dit maal zijn we 20 minuten verder wanneer we weer opstappen.


 

Bij Leeuwarden, na 169 km, komt de ochtendzon net te voorschijn als wij de foto nemen.

 

 

 

Een saaie rondweg door de stad, maar daarna een mooi stuk naar zuid-Friesland volgt. Na Lemmer volgen de polders, waar na 10 km een ravitaillering is ingelast door mijn echtgenote Ineke en een vriendin. De soep en broodjes-gezond worden met smaak verorberd op een grasveldje in Bant. Robert bewijst dat hij onder alle omstandigheden kan slapen en kruipt in de laadruimte van het autootje. Hij is vrijwel meteen vertrokken.

 

 

Weer op weg komt Theo Homan ons tegemoet. Hij wilde ons wel door Flevoland begeleiden en heeft dit ook voortreffelijk gedaan.

Bij binnenkomst van Lelystad (277 km) konden we geen bord vinden, maar toen we er weer uit fietsten kon foto nummer 4 alsnog worden gemaakt. Nu inclusief Theo, gemaakt door een vriendelijke passant.

 

De lange Vogelweg volgt, waarna Theo ons weer verlaat. Wij gaan richting Stichtse brug. Na de afdaling van de brug wachten Teun en ik vergeefs op Robert. We rijden terug en vinden hem balend op een zojuist gepasseerd bruggetje. Van de paaltjes die op deze brug stonden heeft hij de tweede (door de lage zit in de Quest en de aanwezige andere fietsers) niet gezien en is er frontaal met lage snelheid tegen aan gereden. De koplamp en het omringende materiaal is kapot.

Het beschadigde geheel wordt met tape provisorisch vastgezet en Robert kan gelukkig de rit voortzetten.

 

We gaan door via Eemnes en Soestdijk, om daarna in Maartensdijk een bord patat met halve haan te scoren. Een uurtje later volgt de foto van Utrecht (342 km).

 

 

Na Utrecht een schitterend stukje langs de Vecht met vele monumentale villa’s. Na Breukelen open land tot aan Aalsmeer, waarna rond Schiphol vele werkzaamheden aan de weg het er niet makkelijker op maken.

De wind was inmiddels de hele dag al westelijk en met name op dit laatste stuk richting Haarlem was dat niet in ons voordeel.

 

Bij Haarlem (406 km) was geen enkel bord van een bebouwde kom te bekennen. We rijden wat dieper dan gepland de stad in en gokken op de weg er uit, maar weer niets. Dan maar een foto van het bordje “Rondje Haarlem”. Dat moet voldoende bewijs zijn.

 

De ringvaart om de Haarlemmermeer blijkt een prima fietsroute en wanneer we de Kaag naderen verlaten we deze ringvaart om even later in Rijpwetering (de geboorteplaats van Joop Zoetemelk) van een avondmaaltijd (met schnitzel en weer patat) te genieten.

 

Bij het wegrijden begint het licht te sputteren en bij Leiden vinden we het pad naast de Vliet dat ons naar Delft moet leiden. Helaas zijn we niet alert genoeg en verlaten het pad weer zonder dat we dat merken.

Dan maar op de borden naar Den Haag. Via Wassenaar, langs de A44, komen we in de avond aan in Den Haag (462 km) voor de volgende foto.

Het wordt later op de avond en het gaat harder regenen. De vele natte klinkerwegen zorgen er voor dat het tempo gedrukt wordt. Voorzichtig ronden wij het Haagse Centraal Station. De eerdere lekke banden, het zoeken van de route, de stops bij stoplichten en extra kilometers zorgen er voor dat we achter raken op ons tijdsschema. Zoveel achter dat de pont Maassluis-Rozenburg vermoedelijk al niet meer vaart. Dan naar de Beneluxtunnel.

 

Van Delft via De Zweth naar Rotterdam is een stuk met aangenaam asfalt. De Beneluxtunnel is een omweg van circa 16 km. Robert is hier goed bekend en leidt ons er probleemloos naar toe.

Na de tunnel wordt een café gezocht en na de nodige cafeïne gaan we de nacht in.

 

Tussen Spijkenisse en Hellevoetsluis is van een oude trambaan een schitterend fietspad gemaakt en daarna volgt een interessant stuk via de Deltawerken.

De slaap begint wat vat op ons te krijgen en we besluiten in een tunneltje onder de N57 een uurtje te slapen. Robert en Teun lukt dit, maar lawaaierige katten verhinderen mij om echt weg te zakken.

We stappen weer op en vroeg in de ochtend komen we aan in Middelburg (592 km).

 

 

We zijn over de helft van de kilometers en hebben nu 8 hoofdsteden bezocht. Een lang stuk door Zeeland en België zal volgen. We merken dat de wind weer gedraaid is en nu uit het noorden tot noordoosten blaast. Dat betekent weer tegenwind.

 

Bij Kapelle-Biezelinge nemen we een fors ontbijt en even later, net in België, slaan we bij een supermarkt proviand in voor de rest van de dag.

We doorkruisen een paar voorsteden van Antwerpen om het Albertkanaal te zoeken. Langs dit kanaal moet een jaagpad liggen dat ons naar Maastricht zal leiden. We vinden het pad en het is eenvoudig om dit te blijven volgen.

Ruim 100 km dezelfde weg kan saai zijn, maar er is veel te zien. Veel andere fietsers, viaducten, schepen, sluiscomplexen en af en toe een hindernis bij een zijkanaal. Ook het mooie weer met veel zon is aangenaam. Alleen die lichte tegenwind ……

Ruim over de helft nemen we een lange pauze en doen een tukkie in het gras. Weer slapen Teun en Robert snel, maar bij mij wil het nog steeds niet lukken. Ik zak hoogstens even wat weg.

 

Na en uur stappen we weer op en komen aan het eind van het jaagpad in Genk aan. Het is nu voor het eerst dat we echt hoogtemeters maken. De fietscomputer geeft aan dat we boven de 70 meter komen en het landschap blijft golvend tot aan Maastricht. Na wat gezoek vinden we de weg naar deze meest zuidelijke provinciehoofdstad, waar we rond half 9 foto nummer 9 maken (809 km).

We rijden door naar de binnenstad op zoek naar een pizzeria. Na een rondje Vrijthof vinden we deze en zijn vervolgens twee en een half uur onder de pannen alvorens we rond half 12 weer op de fiets stappen, de derde nacht in.

 

Het gaat nu niet zo goed meer. Tegenwind, vermoeidheid, slaapgebrek, kou, nog een lekke band; het zijn ingrediënten die er voor zorgen dat we 6½ uur later nog maar 100 km verder zijn.

We realiseren dat dit te traag is, maar kunnen het tempo niet echt opvoeren.

Uiteindelijk bereiken we om 8 uur in de ochtend Den Bosch (946 km) en we nemen een ontbijt in de McDonalds aldaar.

 

We zijn in het gebied waar Teun goed bekend is en hij leidt ons via de Maasbrug het Land van Maas en Waal in, waar we vele mooie autoluwe dijkjes volgen.

Het is even zoeken bij Echteld omdat de aanleg van de Betuwelijn voor herindeling van de wegen heeft gezorgd, maar we vinden vrij snel de juiste richting.

Bij Heteren gaan we de Rijn over en bij Oosterbeek moeten we weer eens klimmen over wat heuveltjes om in Arnhem, de voorlaatste provinciehoofdstad (1036 km) te komen.

 

 

We gaan dwars door de stad, met een bijna 10% helling richting Apeldoorn.

Omdat het later is geworden dan we hadden verwacht en de wind nog immer noordelijk is, verlaten we de geplande route om zo de open stukken langs de IJssel te vermijden en een meer beboste route via de oude doorgaande weg te volgen.

 

Voor Beekbergen begint het te druppen en in Apeldoorn komen we in een fikse bui terecht.

Het tempo zakt weer. Robert heeft veel last van de achillespees, maar we rijden stug door. In het zicht van Zwolle worden we opgewacht door de vader van Teun, die hem op kwam halen en mijn zoon Rick. Ze maken wat foto’s.

Wij draaien even later de IJsselbrug op en maken onze laatste foto bij binnenkomst van Zwolle (1106 km).

 

  

 

Een paar kilometer later zijn we, ruim 69 uur na het vertrek, weer terug op het uitgangspunt in de Zwolse wijk Veerallee.

 

 

We vertellen ons verhaal, maar zijn moe (en voldaan). Het was een mooie rit. Zwaarder dan we hadden verwacht, maar de vrijwel altoos aanwezige tegenwind zal hier debet aan zijn geweest.

 

Wanneer ik later aan een bord patat zit, dommel ik tijdens het eten steeds weg. Meteen daarna stap ik het bed in en ben vertrokken.