Velomobielenrit 2004

(Oliebollen met sneeuw)

28-12-2004

 

Dag 1.

Al voor de 7e keer werd op 28 december nog een toertocht georganiseerd. Omdat het weer in de laatste week van december niet echt uitnodigend is voor een gewoon fietstochtje, is deze rit ook speciaal gemaakt voor Velomobielen (gestroomlijnde en gesloten ligfietsen op drie wielen, waar je niet op zit, maar in ligt).

 

Vorige keer, in 2003, werd de rit verreden vanuit Zwolle en was het stralend weer, ondanks dat de verwachtingen veel regen voorspelden. December 2004 was Almere aan de beurt en de weersvooruitzichten waren ook nu niet best.

 

Omdat je tradities in ere moet houden had ik de wekker op half 7 gezet, zodat ik om half 8, nog in het donker, in mijn Quest kon vertrekken richting Almere, waar de start om 11 uur zou zijn. Een ritje waar ik normaal gesproken met redelijke weerscondities een kleine 3 uur over zou doen. Dat liep nu wat anders.

 

Bij het opstaan was het nog droog, en de weg was, op een enkel hagelkorreltje na, droog.

Toen ik vertrok vielen er kleine vlokjes dwarrelende sneeuw naar beneden. De weersvoorspelling had het inderdaad over neerslag gehad die voorafgegaan kon worden door wat sneeuw, maar de temperatuur zou niet onder nul zijn. Dat laatste klopte niet, maar sneeuwen deed het wel.

 

In een Velomobiel lig je met alleen je hoofd voor een deel in de buitenlucht. De rest wordt beschermd tegen weersinvloeden door de gesloten stroomlijn. Van kou heb je niet veel last. Je kunt met een paar graden boven nul nog fietsen met blote benen en korte mouwen.

Maar sneeuw is wel iets anders. Dat prikt in de ogen.

 

Ik had voor de zekerheid een (zonne)bril meegenomen die dat probleem kon oplossen. Bij regen helpt het, maar sneeuw is minder: die blijft tegen de glazen aan plakken. Een tweede probleem is dat vocht aan de binnenkant van de bril condenseert.

Maar goed. Het doet in elk geval niet zeer en het is rustig op de weg zo vroeg. Regelmatig met de vinger de sneeuw van de bril vegen en er valt goed te rijden.

Bij Oldebroek begint het echt te sneeuwen en als ik even later bij Elburg de polder in draai kan de verlichting uit, maar heeft het sneeuwdek inmiddels een wat remmend effect op de snelheid.

Net voor Biddinghuizen de polderweg richting het Larserbos. De wereld is geheel wit en ik kan nog net al slippend de brug op komen over een vaart.

 

Bij het Larserbos zie ik het onmiskenbare spoor van twee andere Velomobielen, die me voor zijn gegaan. Dat maakt de reis naar Almere makkelijker, althans de route. Het fietsen gaat steeds minder snel en als ik weer een brug over moet, kom ik rijdend niet meer boven. Duwen dus.

 

Mijn voorgangers gaan via de Vogelweg en nemen de afslag op de Knardijk. Ik volg en moet op deze dijk nog een kudde schapen aan de kant jagen. Na de A6 gaat het spoor verder langs de Hoge Vaart richting Almere.

 

De sneeuw wordt plakkeriger en de wielkasten lopen regelmatig vol. Ik kan dan niet meer sturen en moet een paar maal stoppen om de sneeuw te verwijderen. Ik bel met de organisatie van de rit dat ik te laat ben. Er zijn er meer die nog onderweg zijn en een paar mensen zullen wachten op achterblijvers.

 

Uiteindelijk kom ik na bijna 4 uur fietsen aan in Almere. Het is 11 uur geweest en ik raak het spoor kwijt van mijn voorgangers. Hoewel het sneeuwen inmiddels is gestopt zijn de straatnaamborden nog onleesbaar door de aangeplakte sneeuw. Ik vraag regelmatig de weg en bel een paar keer op. Maar Almere is groot en ik vind de startplek niet. Ik had al wel gehoord wat de richting van de tocht was en besluit om maar achter de groep aan te rijden. Ik weet dat die meestal niet erg snel rijdt en regelmatig moet stoppen, zodat ik hoop de staart te pakken te krijgen.

 

De sneeuw is hier inmiddels al weer verdwenen en ik kan lekker tempo maken. Net over de Hollandse brug bij Muiderberg wil ik weer bellen, om de route te vragen, maar dan zie ik ineens de staart van de groep. Na wat panne rijden ze daar net weg en ik kan moeiteloos aansluiten. De route gaat over wat dijkjes langs Naarden. In Oud-Valkeveen volgt daarna vrij snel al de pauze en ik was er ook aan toe (na 103 km geploeter).

 

Na een uurtje eten, drinken en babbelen wordt een groepsfoto gemaakt van de 63 deelnemers en we vertrekken weer richting Huizen, om via de Stichtse brug de polder weer in te gaan. Het tempo is gezapig en regelmatig volgen er stops om achterblijvers bij de groep te trekken.

 

In de polder besluit ik dat de route via Almere (met een pauze om oliebollen te eten) veel te lang gaat duren en als we weer een stukje Vogelweg krijgen ga ik rechtdoor huiswaarts, waar de groep links af slaat richting Almere.

De Vogelweg is lang (22 km), maar de weg is schoon en ik vorder flink. Tot ongeveer halverwege deze weg er weer sneeuwresten op het fietspad beginnen te komen. Het geploeter kan weer beginnen. De temperatuur zakt merkbaar en binnen de kortste keren is de sneeuw rul of stijf. In beide gevallen is het lastig fietsen. Het tempo zakt nu ook, maar ik kan zo rond de 20 blijven rijden op wegen zonder fietspad. Bij Biddinghuizen moet ik het fietspad op en wordt het ook weer donker. Ik pas het tempo verder aan en rijd de laatste 20 km erg kalm naar huis. Al zou ik willen, het tempo gaat niet meer omhoog. De vermoeienissen van de dag eisen hun tol en als ik eindelijk thuis ben, na 192 km in bijna 8Ĺ uur ben ik vermoeider dan na een Luik-Bastenaken-Luik. Fietsgemiddelde: 22,75.

 

Dag 2.

Ik ga vaak op (in) de fiets naar het werk en omdat mijn vaste carpoolmaat vrij had en mijn vrouw dringend de auto nodig had pakte ik de volgende ochtend om 6 uur weer de fiets voor een rit van 60 km naar het werk.

Normaal gaat dat in 2 uur, maar de wegen waren nog slechter dan de avond tevoren. Buitjes met ijzel hadden er voor gezorgd dat op bijna alle wegen een extra laagje troep was komen te liggen. Waar geen fietspad was, viel het nog wel mee, maar waar ik wel van het fietspad gebruik moest maken, daalde de snelheid fors.

 

Na Nunspeet op de N310 richting Elspeet/Uddel/Garderen kwamen daar nog heuveltjes bij. Al slippend omhoog en nauwelijks tempo kunnen maken als ik omlaag ga. Als ik bijna over ben, voel ik dat een band bijna leeg is. Dat kan voor een deel ook het moeizame vooruitkomen verklaren. Vermoedelijk liep de band al langere tijd wat leeg, maar ik heb oorzaak volledig toegeschreven aan het slechte wegdek.

Uiteindelijk kom ik na 3 uur fietsen (een uur te laat) aan in Barneveld. Totaal uitgewoond, hetgeen ook opvalt bij de collegaís. Ze manen me ook aan om maar onmiddellijk terug te gaan naar huis. Maar ik wil eerst wat uitrusten.

 

Tijdens de middagpauze vervang ik de lekke binnenband, vind een scherp stukje steen dat het lek veroorzaakte en als ik weer naar huis ga, hoop ik op betere wegen.

Die betere wegen zijn er inderdaad, maar af en toe is het wegdek nog slecht. Halverwege is de puf er uit en het tempo zakt weer. Met een gemiddelde dat ruim 5 km/uur lager ligt dan normaal kom ik thuis en merk dat ik weer op een vrijwel leeggelopen band gereden heb.

Toch nog 125 zware kmís aan het jaartotaal toegevoegd, zodat ik in 2004 op 18500 km uitkom.

 

Maar goed, we zijn thuis en de fiets gaat de rest van het jaar in de schuur.

Nawoord: Gelukkig blijkt het ook anders te kunnen.

De eerste rit in 2005 naar het werk en terug was perfect. Zowel op de heen als op de terugweg was ik 10 km/uur sneller dan de laatste rit van 2004