Kwaliteit - Marknesse

23 april 2011

 

23 april 2011

Voor het eerst dit seizoen moet ik de kwaliteit van een toertocht controleren. FTC Marknesse vraagt sterren aan en ik mag het reglement er naast leggen. Het wordt een andere controle dan anders. Ten eerste is het de eerste toets van het vernieuwde reglement, met een geheel andere beoordeling en ten tweede is het een duo-controle want Marknesse organiseert deze tocht in samenwerking met de toerclub in Urk. Daar zal een andere controleur (Cor) starten.

Omdat niet alles te herleiden is tot zelfstandige onderdelen waar de clubs afzonderlijk verantwoordelijk voor zijn wordt in goed overleg met alle 4 de partijen besloten een gezamenlijke eindbespreking te houden in Urk.

 

Ik ga in de morgen met de fiets naar Marknesse om daar de 125 km variant te fietsen. Volgens de routeplanner is het naar marknesse 32,4 km, maar dat blijken er 37,5 te zijn. Dat is mooi, want ik wil vandaag de 200 vol maken en 2 maal 37,5 plus 125 is precies 200.

 

Goed ingesmeerd met zonnebrand (geen wolk gezien deze dag) ga ik op pad en om goed 9 uur kan ik mij inschrijven. Ik wordt verwacht en de organisatie spreekt mij dan ook al vrijwel meteen aan. Ik neem de procedure van de dag nog even door en vertrek 10 minuten na aankomst voor een zomerse rit. Het KNMI heeft in Marknesse een officiŽle waarnemingspost en deze komt tot een maximum van 26,5 graden.

 

Het is de Rabobank Tulpenroute. Ze doet haar naam nog niet meteen eer aan, want in de eerste kilometers is er vooral leeg land te zien, waar (hoor ik later) vermoedelijk witlof in wordt geteeld. Mijn gedachte aan asperges wordt terzijde geschoven. Daar is een iets andere grondstructuur voor nodig. Later, met name in het noordelijk deel van de Nooroostpolder zijn er regelmatig mooie tulpenvelden te zien.

 

Na 35 kilometer, met toch wel enkele bollenvelden, ben ik in Urk en neem een kop koffie met appelpunt (natuurlijk). Na vertrek van de controle is het even spoorzoeken in het centrum en rond de haven van Urk, maar ik kom uiteindelijk toch op de dijk langs het IJsselmeer terecht. Uiteindelijk ja, want eerst was er nog een incident(je).

Ik fiets achter een auto aan in het havengebied van Urk. Daar blijkt de weg voor de auto dood te lopen. Fietsers en voetgangers kunnen er wel door. De auto staat plots stil en als ik ook kort achter de auto tot stilstand kom begint de auto al achteruit te rijden. Daarbij tikt de achterkant van de auto de neus van mijn Quest aan.

De auto stopt daarna meteen en ik zie zo 123 geen schade. Hoogstens staan de lampen wat scheef. Ik heb geen zin in gedoe en de schade lijkt minimaal, dus ik fietsdoor.

Achteraf blijft de ophanging van de lampen wat ontwricht te zijn wat met het inbouwen van andere lampen wordt gecorrigeerd in Dronten.

 

Na Urk volgt een stuk over de dijk langs het IJsselmeer. Links water, rechts de dijk met vele windmolens. Af en toe is er een smalle passage (om de schapen niet af te laten dwalen) en na een 5 tal kilometer over de dijk gaat de route terug naar de polder. In de polder zijn erg veel wegen lang en recht. Dat ze recht zijn valt niet te vermijden, maar de organisatie laat de deelnemers regelmatig afslaan zodat die lengte niet echt ervaren wordt.

 

Ongeveer halverwege splitst de route en gaan de 65 route en 95 km route rechtsaf terwijl de 125 rechtdoor gaat. We verlaten nu het polderlandschap en gaan door de bossen naar Kuinre, waarna een stukje door Friesland volgt en daarna de route door de Weerribben gaat. In Ossenzijl gaat net de brug omhoog en moet ik wat schepen laten passeren.

Bij Wetering is de tweede controle op een camping. Het is warm en druk. Alle zitplaatsen zijn bezet. Ik neem wat van het aangeboden drinken en vertrek weer na een kleine 10 minuten.Nu volgt nog een lus door het watergebied tussen Giethoorn en Zwartsluis.

 

Ook de enige heuveltjes in het gebied (bij Heetveld) moeten nog genomen worden, waarna het terug gaat langs de grote weg naar Marknesse. Een aantal racefietsers uit een groep die ik net gepasseerd ben wil een paar kilometer voor Marknesse afsprinten en stuift mij weer voorbij. Dat kan ik niet zomaar laten lopen en ik fiets mee. Toch moet ik het afleggen. Mijn maximum is daar 51,4 en de racefietsers gaan net iets sneller. Als ik het tempo laat lopen, doen zij dat ook, maar ze blijven toch net iets sneller gaan. Na exact 5 uur fietstijd (inclusief de heenreis) ben ik terug in Marknesse.

 

Ik wordt met de auto van de organisatie vervoerd naar Urk en daar bespreken we de tocht. Algehele conclusie was een goed georganiseerde tocht. Naar tevredenheid van alle betrokkenen. Terwijl we aan het bespreken zijn bedanken ook diverse deelnemers de organisatie.

 

Na een kleine 3 uur ben ik voor de derde keer terug in Marknesse en ga nu naar huis. Ik hoor dat de organisatie duidelijk tevreden is over de twee sterren die ze komend jaar mogen gebruiken. Even probeer ik nog of ik binnen het uur naar huis kan fietsen (eindtijd is dan net iets minder dan 6 uur voor de 200 km), maar al snel laat ik dat varen. Uiteindelijk wordt het 203 kilometer in 6 uur en 5 minuten. Voor de 9e maal dit jaar 200 plus.