Organisatie

Audax Club Parisien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

23 – 27 augustus 1999

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een verslag van een fietstocht van 1260 km

Door Gerrit Schotman


Inleiding

 

Ooit ben ik te weten gekomen dat Parijs Brest Parijs (PBP) bestond. Waarschijnlijk door het lezen van verslagen die in een fietsblad hebben gestaan. Op dat moment vond ik het leuk om zoiets te lezen maar had er geen idee van dat ik zelf zoiets zou gaan fietsen.

 

Het idee kreeg gestalte toen ik eens wat meer wilde dan de grote tochten over de Veluwe of een Luik – Bastenaken - Luik. Het zou een meerdaagse tocht moeten zijn, met een prestatief karakter. Begin 1998 stond in het toerfietsmagazine een artikel over PBP en dat als je mee zou willen doen je al met de voorbereiding zou moeten beginnen. Op het moment dat ik dat las dacht ik “dat ga ik doen”. Niet zomaar iets solo ondernemen maar die tocht rijden.

Toen vervolgens mijn toerclub, de KWC in Kampen, Parijs – Kampen ging organiseren zag ik dat als opstap voor de PBP.

Vanaf dat moment is de geestelijke voorbereiding begonnen.

 

De lichamelijke voorbereiding startte in het voorjaar van 1999. De brevettencyclus van 200, 300, 400 en 600 km moet in 2 maanden worden afgelegd tussen half april en half juni.

 

Kwalificatie

 

200 kilometer.

Ik had al vaak een 200 km gereden dus dat was geen probleem. Op 19 april stond ik dus om 7 uur ’s morgens aan de start in Lonneker en dacht we zien wel. Een gezamenlijke start van circa 50 fietsers, dus eerst rustig beginnen in een grote groep. Je lekker warm draaien en daarna maar uitzien naar een leuk groepje.

Maar: Na rustig wegfietsen in de laatste optrekkende mistflarden en een temperatuurtje van net boven 0, zag ik de grote groep al binnen een paar kilometer steeds verder verwijderen. Dus aanzetten om er weer bij te komen. De eerste 80 km tot Holten ging met tegen de 32 gemiddeld en dat bleek een trend te zijn. Na de controle in Holten en op de Holterberg zelf viel de groep, nog circa 35 man, steeds meer uit elkaar. Na de Holterberg resteerden nog groepjes 15 man maar na Ommen werd dat 5 tot 7 man die daarna in het algemeen bij elkaar bleven. Ik zat in een van de eerste groepjes maar kon na circa 160 km geen kopwerk meer doen. Een paar man reed vervolgens vooruit en ik kwam in het tweede groepje weer terug in Lonneker. Het gemiddelde was voor mijn doen formidabel: rond 31,5.

 

300 kilometer

De week voor de 300 km waren met het gezin en vrienden op Centerparks. Om in conditie te blijven had ik de fiets meegenomen om een rondje in de polder te maken. Na nog geen 100 meter slaat de derailleur in het achterwiel en breekt af. Aangezien er sowieso al een behoorlijke opknapbeurt aan zat te komen: tandwielen, ketting, nieuwe schoenen etc. werd besloten om naar een nieuwe fiets uit te zien. Bij de eigen fietsenboer werd een op korte termijn leverbare Koga-Myata besteld, maar zaterdag zou die er nog niet zijn. Van de baas (Ton Kamp) kon ik zijn fiets lenen, hij heeft vrijwel hetzelfde postuur. Na een proefrit moesten nog wat kleinigheden versteld worden en op zaterdag de fiets mee naar Lonneker.

 

De start was nog een uur vroeger dan bij de 200 km. Weer was het tempo erg hoog; nog hoger zelfs, bij de eerste controle in Holten tegen de 33 km/u.

Na de Holterberg bleef een groep van een man of 20 bij elkaar tot in Drenthe, waar we met een twaalftal fietsers kop over kop gingen fietsen. Later gingen de snelsten nog vooruit en met twee groepen van 5 man werd niet ver achter elkaar doorgefietst. Bij Kloosterhaar werd me het tempo te hoog en heb me laten zakken van de eerste naar de tweede groep.

Hoewel het bij Lonneker in de buurt begon het nog stevig te regenen, was het gemiddelde met ruim 32 gigantisch hoog.

 

400 kilometer

Een rit als zelden tevoren.

De kwalificatie in Lonneker viel samen met een korte familievakantie langs de Moezel en de datum die in Ossendrecht de 400 op de rol stond, viel samen met een familiereünie. Dus een rit gezocht in België.

Volgens de bijlage die in Fiets gestaan had waren er 3 ritten op dagen dat ik kon. Na een verkeerd telefoonnummer en kribbig Franstalig mens kwam ik erachter dat de rit in Charleroi al 14 dagen eerder had plaatsgevonden. De tocht in Tournai (Doornik) kon ik wel volgen.

Na wat telefonische info gezocht te hebben kwam ik achter de belangrijkste feiten: Starten om 04.00 uur in een voorstadje genaamd Kain. De start zou bij een lid van de Audax-club Tournai vanuit zijn garage plaatsvinden.

 

Ik had een kamer gekregen in Brussel, van een kennis die daar werkt, om vandaar uit de rit in Tournai te doen. Na een korte nachtrust ging ik op weg naar Kain. Over verlaten wegen en met een miezerig regentje kwam ik aan in de buitenwijken aan van Tournai.

De Belgische bewegwijzering is niet optimaal en ik reed eerst nog weer een stuk de verkeerde kant op.

Ik had Kain op een Michelin-kaart gevonden aan de noordkant van Tournai en na enig zoekwerk vond ik een piepklein dorpje dat inderdaad Kain heette. Geen sterveling op straat, nergens licht en geen fietser te zien.

Terug naar Tournai om proberen iemand te vinden die de weg weet.

Mijn aanvankelijk zeer ruim tijdsschema kwam nu echter onder druk te staan.

In Tournai zag ik een bakkerij waar mensen aan het werk waren. Na mijn vraag waar die en die weg was werd in totaal 5 man opgetrommeld en uiteindelijk wisten ze mij een indicatie te geven waar ik moest zijn. Ik weer op weg en na enige tijd zag ik ook fietsers dezelfde kant opgaan. Ik herkende de naam van de weg waar ik moest zijn en zag zelfs een bordje “Cyclo club Tournai”. Aan het eind van een steegje zag ik een verlichte kantine en dacht hier is het. Nog wel rustig, maar iedereen zal wel binnen zijn.

Ik zet mijn fiets in elkaar en rijd naar de kantine waar een stel verbaasde Belgen, duidelijk in de lorum, hun ogen uitwrijven van wat daar nu naar binnen komt. Ik was een kantine binnengewandeld van een tennisclub. De Cyclo-club zei de heren niets.

Ik maakte niet veel woorden aan het geheel vuil, maar had stevig de smoor in. 4 uur naderde ras en ik wilde niet achter een groep aanrijden in het donker op een totaal onbekend terrein.

Terug naar de hoofdweg en weer verder. Na een halve kilometer zag ik meer beweging en ja hoor een tiental fietsers was bezig zich reisklaar te maken. Het was klokslag 4 uur.

Razendsnel de auto geparkeerd, fiets in elkaar, spullen in een rugzak, naar het inschrijfbureau en inschrijven. Ondertussen in het Frans proberen de mensen duidelijk te maken om nog niet te vertrekken, maar even op mij te wachten.

 

Na de inschrijving kon ik nog net de al vertrekkende groep zien en een klein sprintje bracht me in de staart van de groep die zo’n 30 man groot was. Na een blik op mijn tellertje zag ik dat het ding niet goed werkte. Waarschijnlijk was tijdens de autorit en het enige malen in en uit elkaar halen van de fiets de sensor verschoven, want ik hoorde ook een tik van iets dat tegen de spaken aan kwam.

Al fietsende probeer ik de sensor zo te verdraaien, zodat deze naar behoren werkt. Kennelijk is dit iets te geforceerd gegaan want opeens schiet mijn hand tussen de spaken en de voorvork. Gelukkig kan ik de hand zonder te vallen terugtrekken, maar het kwaad is geschied: diverse wonden op de bovenkant van de hand zelf en aan alle vingers van de rechterhand.

Ik probeer door te fietsen en de wonden wat schoon te maken. Dit lukt, zij het dat de hand teveel pijn doet om het stuur normaal vast te pakken. Leunen op de handpalm gaat nog net maar remmen met de achterrem lukt vrijwel niet. Het schakelen is alleen nog maar mogelijk met de ringvinger of middenvinger. Al met al behoorlijk improviseren.

De pijn valt mee als ik niet te veel met de hand hoef te doen. Naar later blijkt is de wijsvinger gekneusd.

 

De Belgen houden er een gematigd tempo op na en dat is in mijn voordeel. Het parcours van de rit is door eindeloze enigszins golvende akkerlandschappen en wat verstedelijkte gebieden. De eerste controle nadert en ik merk dat ik in de haast om bij de start te vertrekken mijn bidons in de auto heb laten liggen. Dit betekent dat ik het moet hebben van de controleposten om voldoende te drinken. Gelukkig is het vrijwel de hele dag bewolkt en is de temperatuur gematigd (tussen de 10 en 15 graden).

 

De eerste controle valt in het water omdat ik 5 km voor de controle in een afdaling lek rijd en met een geblesseerde hand veel meer tijd nodig heb om een binnenband te vervangen.

Bij de controle heb ik nog net tijd om de wonden te verzorgen en er wat pleisters op te doen die ik kreeg van een behulpzame Belg. Vlug nog een slok water drinken en meteen weer door.

 

Het parcours gaat grotendeels door het noorden van Frankrijk en is redelijk vergelijkbaar met PBP. Veel golvend landschap met vals plat, korte niet te steile klimmen, afgewisseld met wat heuvelachtiger terrein. De Belgen, met een grote groep van de plaatselijke toerclub vertegenwoordigd, blijven in een groep van een man of 13 bij elkaar.

Er was in de groep 1 Belg die Nederlands kon en met hem ben ik dan ook vaak in conversatie geweest. De groep was aan het trainen voor PBP, maar hij had de 200 en 300 km nog niet gereden en wist niet of hij deze nog zou gaan rijden.

Tegen de avond komen we weer terug in Tournai. Een gemiddelde van ruim 26 is soms heel wat aangenamer dan dik 30.

In de garage annex start- en finishplaats is de echtgenote van haar meefietsende man druk in de weer geweest en voor alle terugkerende deelnemers staat er frisdrank en een stuk taart klaar.

Bij het zien van mijn verwondingen aan de hand wil ze me acuut naar het hospitaal sturen (zij is verpleegster). Ik zeg dat alles nog wel meevalt. Het bloeden is al lang gestopt en de pijn valt echt mee. Wanneer ze me nog een keer grondig kan verbinden is het verder wel goed.

Een uurtje na terugkeer in Tournai pak ik de fiets weer in de auto en neem afscheid van deze hechte, zeer sympathieke groep Walen. Nu op het gemak terug naar Brussel voor de nacht en vervolgens terug naar Zwolle

 

600 kilometer

De laatste kwalificatie-eis fiets ik weer in Lonneker. Het zal voor mij voor het eerst zijn dat ik echt in de nacht fiets. In België was het bij de start nog wel donker, maar na een paar uur was het al licht.

’s Morgens om 8 uur was de start en de 40 uur die er voor staan tot de eindcontrole, geven je in principe tot de volgende dag middernacht de tijd. Ik hoop eerder over te zijn.

De weerberichten laten enige twijfel bestaan. Een front zal voorbij trekken waarna het moet opklaren.

Bij vertrek naar Lonneker is het droog, maar dichter naar Lonneker toe komen er steeds meer grijze wolken in de lucht. Bij het uitpakken van de fiets regent het inmiddels licht en dit blijft zo tot het vertrek. De regenjasjes dus maar aan.

We zitten nog maar net op de fiets of de continue lichte regen wordt onderbroken door plensbuien. De hele ochtend fietsen we verder in de regen.

Bij de tweede controle aangekomen is het nagenoeg droog en de regenjasjes worden opgeborgen. De rest van de rit blijft het droog, waarbij het de volgende ochtend zelfs heel aangenaam weer wordt.

De route voert langs de zuidkant van het Teutoburger Wald in de richting van Kassel. Aan het eind van de middag besluit de groep (een man of 8) waar ik in fiets om een warme maaltijd te nemen. Op een controlepost annex eetcafé gebruiken we een echte Duitse maaltijd van schnitzel met patat, die erg lekker was, maar je had enorm veel geduld nodig voor er eindelijk iets op je bord lag.

 

Circa 40 km voor Kassel bereiken we het verste punt. We willen de nacht door blijven fietsen en als het donker wordt draaien we Sauerland binnen. Dit betekent hogere heuvels en langere hellingen. We fietsen in het donker langs de eindeloze Edersee en bereiken na een lange klim Willingen. Het hoogste punt van de route op 550 m boven NAP.

Na een lange afdaling gaan we via Meschede naar Arnsberg. Bij een benzinepomp aan het begin van de stad volgt een lange klim de stad uit. Halverwege deze klim krijg ik een klapband in het voorwiel. De band was nog maar net 1000 km in gebruik maar had een behoorlijke scheur. Een stuk canvas en een nieuwe binnenband brengen uitkomst, hoewel het in het donker allemaal wat minder eenvoudig is. Een kilometer of 15 verder moeten we even zoeken welke richting we op moeten. Het wordt inmiddels weer wat lichter en ik inspecteer het voorwiel. Het blijkt dat de scheur in de buitenband weer groter is geworden en de binnenband is weer zichtbaar. Verder fietsen levert zeker weer een klapband op en ik besluit om de reserve-buitenband die ik bij me heb te gebruiken.

 

Het is nu weer volledig licht en de groep van een man of 6 heeft op mij gewacht. Niemand schijnt last van slaap te hebben. Door continu actief te blijven heb je kennelijk minder behoefte aan slaap. Gezamenlijk fietsen we verder en zoeken een plek in een stad om een ontbijtje te kunnen nemen.

Als we in een stad (Hamm) de weg kwijt zijn valt de groep in twee delen uiteen, maar wij vinden een plek om te ontbijten. Na het ontbijt fietsen we verder waarbij de wind, die geleidelijk aan wat op komt zetten, schuin achter een steuntje in de rug is.

Uiteindelijk komen we na 26 uur weer terug in Lonneker.

 

De overbrugging half juni – eind augustus.

Tussen de rit van 600 km en PBP moet je zelf je conditie op peil houden. In de praktijk is dit niet makkelijk.

Ik ben een keer op een zaterdag om het IJsselmeer gereden en heb de klassieker “De hel van Limburg” gereden.

Deze laatste rit van 250 km kent een start in Veldhoven en een lange aanloop door België tot Meersen. Daarna vele bekende klimmen in Zuid-Limburg. De terugweg gaat ook weer voor een groot deel door België.

Deze rit heb ik vrijwel geheel met een toerfietser uit Noord-Brabant gefietst. Zelden dat mij het overkomen is dat je zo goed in een tempo met een ander op kunt fietsen.

 

In de vakantie heb ik nog ruim 650 kilometer in de Vogezen en 150 in Sauerland gefietst. Tochten boven de 150 km kwamen echter niet meer voor.

 

In Parijs

 

Zaterdag 21 augustus

Om halftwaalf nam ik afscheid van Ineke en Rick en ben vertokken uit Zwolle. Zonder oponthoud draaide ik om 17.00 uur in Parijs de Peripherique op. De route naar St. Quentin en Yvelines was vrij eenvoudig en om half zes kom ik aan bij de ”Base de Loisirs” waar de camping is. Om 6 uur heb ik een plek toegewezen gekregen en om halfzeven staat de tent.

 

op de camping

 

’s Avonds wat kennisgemaakt met andere campinggasten en heb ik gegeten bij McDonalds. Toen het donker was naar bed. (11 uur ongeveer).

Inventarisatie tijdens de periode op de camping leerde dat ik toch dingen vergeten was om mee te nemen, maar het waren geen zaken van wezenlijk belang. Een bezoek aan een nabijgelegen supermarkt loste alles op.

 

De camping staat vol met fietsers en hun begeleiders. Tegenover staan Fransen met een Nederlands sprekende, in Frankrijk wonende Duitser. Naast me een stel Nederlanders en aan de andere kant een Belg. De Fransen fietsen. Zij (Françoise) is een goede amateur en wil in 57 uur klaar zijn om zo mogelijk de beste dame te zijn. Hij fietst tot Brest met haar mee om haar te steunen en zal dan afstappen. De Duitser gaat met de camper mee als begeleiding. De Nederlander (Martijn) die gaat fietsen is uit Nederland gekomen op de fiets (430 km). De twee anderen begeleiden hem met de auto. De Belg, zijn naam is me ontschoten, is ook alleen. Alleen Martijn start maandagavond, de rest op dinsdagochtend.

 

Zondag 22 augustus

Het luchtbed is lek. Ik lig tegen de ochtend voor een deel op de grasvlakte. Dit betekent elke avond pompen en misschien ook nog wel eens in de nacht.

Vroeg wakker dus en om 9 uur er uit. Een half baguette gegeten en rond de middag de fiets in orde gemaakt (het licht monteren en andere banden er op). Daarna een uurtje de omgeving verkend. Tegen vieren nogmaals op de fiets en na een ommetje naar de verzamelplaats om de fiets te laten keuren. Reflecterend hesje laten zien, evenals het zakje met de reservelampjes. Naar de lampjes zelf werd niet gevraagd. Vervolgens werd de fiets door een “kenner” grondig bekeken en mocht ik hem vervolgens weer meenemen: zonder commentaar goedgekeurd.

Hierna de fiets gestald op het middenterrein. In de grote zaal kreeg ik het startboekje, een kaart met magneetstrip en nog wat dingen die verder niet van belang zijn.

 

De keuring

 

Na nog een tijdje wat rondgekeken te hebben tussen de diverse fietsen weer op pad. Voor het Gymnasium is een verzamelplaats van allerlei mensen. Opvallend veel Engelstaligen (Amerikanen, Engelsen, Canadezen, Australiërs). Iedereen moet op de foto. Voor veel buitenlanders is het evenement vaak nog veel groter. Vaak zijn ze voor het eerst in Europa. Ikzelf ben inmiddels dit jaar voor de vierde maal in Frankrijk, dus dat telt niet zwaar aan.

 

In de plaats hier wordt het straatbeeld nog net niet beheerst door fietsers maar je ziet ze wel bijna continu. Op weg naar de controle, weer terug naar de verblijfplaats of zomaar de omgeving verkennen. Op de camping zitten vooral Nederlanders en Engelsen, maar ook Spanjaarden, Denen en Fransen. Ook enkele Belgen, Polen en zelfs een Hongaar, hoewel op de lijst van de organisatie niemand uit Hongarije stond aangegeven. Hij heeft overigens wel het meest moderne fietsje dat ik op de camping ben tegengekomen. Zo’n carbongeval waarbij de zitbuis ontbreekt.


Maandag 23 augustus

Vandaag start om 09.00 uur de proloog. In totaal doen er zo’n 1000 fietsers aan mee.

Alain Prost die deel zou nemen aan de proloog heb ik niet gezien. Wel de oudste deelnemer die aan PBP mee zou doen.

Het is een kras oud baasje dat geniet van de extra belangstelling rondom zijn persoon. Hij blijkt geboren te zijn in november 1909 en is dus bijna 90 jaar. De proloog van 35 kilometer zal wel geen probleem zijn maar of hij de totale PBP zal voltooien betwijfel ik.

 

Foto’s maken bij de startplek

Oudste deelnemer, bijna 90 jaar

 

De proloog gaat door de 6 (of zijn het er 7) gemeentes die samen St. Quentin en Yvelines vormen en gaat in groepen van 200 fietsers in een gezapig tempo van ca 25 km/u.

 

Na de proloog is het wachten op de gezamenlijke maaltijd met andere deelnemers. Natuurlijk is het hoofdingrediënt van de maaltijd pasta. Vervolgens kunnen de snelle jongens (circa 650 fietsers met de rode nummers) om 20.00 uur starten. Zij moeten de rit binnen de 80 uur volbrengen en hebben geen vaste openingstijd voor de controleposten. Om 21.45 uur start een groep overige fietsen (tandems, driewielers etc.) en om 22.00 uur start de eerste groep van ca 600 man die er beiden 90 uur over mogen doen. Ook om 22.15 uur, 22.30 uur en 22.45 uur starten er weer groepen voor maximaal 90 uur. Zij hebben allen groene nummers.

De volgende ochtend zal ik starten met nog 500 andere fietsers voor 84 uur. Wij hebben blauwe nummers.

In totaal starten 3519 fietsers van de ruim 3700 ingeschrevenen.

Redenen om niet te starten waarvan ik gehoord heb zijn blessures en familieomstandigheden, maar er kunnen meer redenen zijn.

 

Parijs Brest

 

De grote dag breekt om 03.30 uur aan. Na een ontbijt met Brinta en cake, ga ik gezamenlijk met mijn buurman de Belg naar de start. We komen daar om ruim half 5 aan en nadat we een startstempel gekregen hebben en de magneetkaart geregistreerd is, zijn we naar de wachtende groep gegaan en zagen nog net de groep met ligfietsen, driewielers etc. die om 04.45 start vertrekken.

 

Om 05.00 uur begint de grote tocht. Omdat de meeste deelnemers veel eerder naar de start gegaan zijn moet ik achteraan starten. De Fransen van tegenover op de camping waren al om 04.00 uur naar de start gegaan voor een goede startpositie.

 

Na de startknal om 05.00 uur worden, achter een “pace-car” met zwaailicht, de eerste 15 kilometer afgelegd. Het is een lang lint van fietsers en in het gedrang om niet meteen achterop te raken hoor ik vlak achter mij een fietser op de grond vallen. Later hoor ik dat het een Deen was die zijn rit kon vervolgen.

Door flink door te fietsen kom ik geleidelijk aan steeds dichter bij de begeleidende auto. Wanneer deze vertrekt blijft het tempo hoog en ik zit steeds bij de eerste 50 fietsers. Ik praat nog even met beide Franse overburen. Zij rijdt erg attent, zonder al te veel kopwerk te hoeven doen. Hoewel ze aangegeven had flink getraind te hebben in bergachtig terrein, vallen haar klimcapaciteiten me tegen. Het kan ook zijn dat ze bewust rustig aan doet.

 

Het laatste stukje tot de eerste verzorgingspost in Mortagne au Perche is behoorlijk heuvelachtig en ik heb moeite om in de klimmen bij de eersten te blijven. Regelmatig vallen er gaten, maar op de vlakke stukken en in de afdalingen maak ik het “verloren” terrein weer goed. In Mortagne valt de groep, die tot die plaats nog uit ca 150 man bestond, uit elkaar. Het gemiddelde van deze eerste etappe die voor een groot deel in de nacht is gereden lag op ruim 31 km/u. We hebben dan ook al ettelijke tandems en ligfietsen ingehaald.

 

Ik ontmoet in Mortagne Riekus uit Peize, die ik nog uit Lonneker ken. We besluiten om samen verder te fietsen. Hij geeft aan dat hij de eerste nacht door wil fietsen en in Brest een paar uur te slapen. Ik voel er ook voor om de nacht door te blijven fietsen maar wil daarna nog niet in Brest slapen, liever ga ik dan nog wat verder tot ik behoefte krijg aan slaap. Slapen in een rumoerige omgeving trekt mij niet aan.

 

We vullen onze bidons en fietsen in eigen tempo verder. Het wordt spoedig warmer en via een aantal lange rechte wegen met enkel wat lichte heuvels komen we om 13.10 uur in Villaines la Juhel: de eerste echte controle. We eten hier een warme maaltijd en vertrekken na 3 kwartier weer. Dit blijkt later een vast patroon op de controles: naar de controle voor een stempel en een tijdregistratie met de magneetkaart, daarna in het selfservice restaurant een maaltijd, bidons vullen en vervolgens weer op pad. Meestal is dit goed voor een oponthoud van 45 minuten tot een uur.

 

In Villaines blijkt dat we al 14 kilometer meer gefietst hebben dan de officiële 219 km die de organisatie had aangegeven. Ook dit blijkt een steeds terugkerend fenomeen te zijn. Vrijwel altijd is de route een paar kilometer langer dan opgegeven. Uiteindelijk circa 60 kilometer extra, die de organisatie doet besluiten om de maximale tijdslimiet te verlengen met 3 uur.

 

De volgende etappes zijn naar Fougères en daarna Tinténiac. Een lange en een vrij korte etappe. Het landschap blijft heuvelachtig, hoewel niet altijd evenveel. Er zijn ook redelijk grote passages met vals plat. De omgeving is inmiddels wel anders dan bij het begin.

Bij het begin waren er na de voorsteden van Parijs eindeloze lege akkers. Nu zijn het weidegronden, afgewisseld met akkers en kleine bosgebieden.

Regelmatig sluiten wij bij andere groepjes aan die we achterop komen of blijven er fietsers in ons wiel hangen. Ook gaan ons af en toe snellere fietsers voorbij, maar dit gebeurt minder vaak. Het merendeel van de fietsers die we achterop komen zijn de avond tevoren om 22.00 uur gestart (groene nummers).

 

De organisatie heeft ook op details gelet: je kunt aan het nummerplaatje naast de starttijd ook de nationaliteit zien van de deelnemer. Wanneer het geen fransman is staat er onder het nummer de nationale vlag van het land van herkomst.

onderweg

 

Inmiddels is de temperatuur opgelopen tot even boven de 30 graden en het meegenomen water is van levensbelang. Aan het eind van de middag zakt de temperatuur en als we na 380 km om 20.03 uur in Tinténiac aankomen is het nog een graad of 25.

Na Tinténiac wordt het snel donker en in Bécherel trekken we ons reflecterende hesje over de kleren aan en doen we de verlichting aan. De organisatie laat motorrijders meerijden op de route die een controlerende functie hebben. Ik heb eens gezien dat iemand die geen achterverlichting aan had aan de kant gezet werd en pas verder mocht fietsen toen de verlichting het deed.

 

De afstand begint nu te werken. Niet zozeer lichamelijk als wel geestelijk. Je weet dat je nog ruim 200 km naar Brest toe moet en dat je dan pas op de helft bent. Door te relativeren en je te richten op de volgende controle probeer je dit grotere geheel weg te drukken en je alleen te concentreren op details.

 

De eerste etappe in het donker is lang, bijna 90 km. En we fietsen met z’n tweeën goed door. Riekus is een iets betere klimmer en moet bij de steilere klimmen regelmatig even inhouden om op mij te wachten. Hij moet dan vaak een groepje, waar hij aansluiting mee heeft gekregen, weer laten gaan. Op het vlakke gedeeltes en in de afdalingen halen we deze fietsers echter vaak weer in.

Ik blijk een betere daler en neem daar vaak het voortouw. De maan schijnt met name in het eerste deel van de nacht volop en geeft samen met de verlichting een goed beeld van het wegprofiel. Na de afdalingen blijk ik vaak afstand genomen te hebben van de rest en moet vaak wat inhouden of kan alvast met een voorsprong aan de volgende helling beginnen.

 

Woensdag 25 augustus

Om 01.15 uur zijn we in Loudéac, 469 kilometer. Geen slecht resultaat voor de eerste dag.

Na Loudéac vertrekken we naar Carhaix, de laatste controleplaats voor Brest. Ook deze etappe zal nog volledig in het donker plaats vinden. Het gaat uitstekend. Een lekker parcours over binnenwegen en we gaan alleen maar anderen (groene? nummers) voorbij. Zelf worden we niet ingehaald. Het is een mooi gezicht om steeds weer nieuwe rode lampjes in de verte voor je te ontdekken waar je je op kunt richten. Af en toe blijven anderen in ons wiel hangen, maar meestal fietsen we met z’n tweeën, naast of achter elkaar.

Tijdens deze etappe komen we de eerste fietsers tegen die al weer op de terugweg zijn. Eerst een groepje van 3 en een aantal minuten later een grote groep van ca. 20 fietsers. Vervolgens zien we regelmatig koplampen voor ons verschijnen van terugkerende fietsers.

 

Halverwege de etappe blijkt dat we allebei wat slaap beginnen te krijgen en constateren dat we aan koffie toe zijn. Niet lang daarna is er een geheime controle in Corlay, waar we om 03.30 uur arriveren.

Tegenover de controlepost is een bar die open is en we nemen daar twee koppen verse koffie. De slaperigheid is daarna over.

Om 05.41 uur komen we na 550 km aan in Carhaix.

 

Na het vertrek uit Carhaix kan al snel de verlichting uit en we bevinden ons in een heuvelachtig gebied, waar we een mooie route volgen langs riviertjes. We zien nu tijdelijk geen fietsers op de terugweg omdat we een soort 8 maken. De fietsers op de terugweg volgen een hoofdweg zo’n 5 km zuidelijker.

Als we weer op de route komen van terugkerende fietsers beklimmen we de enige “col” van de route: de ‘Roc Trevezel’. De pashoogte is 349 m hoog. De Roc is een rots met weinig begroeiing. De omgeving lijkt op een alpencol van 2000 m hoog. Bovenop heb je een weids uitzicht over een groot deel van de meest westelijk punt van Bretagne. Helaas is het bewolkt en is het zicht beperkt.

Na de 12 kilometer lange afdaling begint het zelfs licht te regenen en deze houdt aan, zodat de regenjasjes worden aangetrokken.

We volgen nu weer een route die afwijkt van de terugweg en moeten vele korte, maar steile hellingen over voor we over een oude stenen brug Brest binnenkomen. Na een ritje langs de waterkant van de baai van Brest volgt nog een gemene helling tot de controle.

Om 09.58 uur en na 634 km zijn we halverwege.

Als we een controlestempel in het boekje hebben zijn en een warme maaltijd gekocht hebben, bel ik naar huis om Rick te melden dat we halverwege zijn. 5 minuten later belt Radio-Oost voor een interview. Het wordt rond de middag uitgezonden en naar ik later hoor hebben velen mijn stem gehoord.

 

Finse deelnemer


 

Brest Parijs

 

Na een wat langere pauze dan normaal nam ik afscheid van Riekus. Buiten was het inmiddels droog geworden en dat bleef zo.

Door de stad, met een lange afdaling, ging het weer naar zeeniveau. Later hoorde ik dat een deelnemer in deze afdaling de macht over het stuur was kwijt geraakt, was gevallen en daarna is opgenomen in een ziekenhuis.

Via grotere doorgaande wegen ging de route eerst langs een inham tot Landerneau en daarna geleidelijk aan weer heuvelopwaarts om uiteindelijk weer op de Roc Trevezel te komen. Het weer was flink opgeklaard, het werd weer tegen de 30 graden en het uitzicht vanaf de Roc was groots. Na de afdaling bleef de route nog tientallen kilometers de grote weg volgen tot in Carhaix: lang en saai. Een tijdje fietste ik samen met iemand op, maar bij de eerste de beste helling moest ik lossen en ging weer solo verder.

 

Ik kwam midden op de middag in Carhaix aan en vertrok zoals ik aangekomen was: alleen. Dit klinkt wellicht wat negatief, maar ik zie het niet als een probleem. Ik ben het gewend om alleen te fietsen en het grote voordeel is dat je dan je eigen tempo kunt bepalen. Je bent onafhankelijk en kunt pauzeren wanneer je er behoefte aan hebt.

Het grote aftellen was nu begonnen. Iedere controlepost bracht je weer dichter bij de finish. Slechts zelden zag ik nu nog tegemoetkomende fietsers. Het moment van sluiting van de controleposten op de heenweg was nabij en de fietsers die me tegemoet kwamen zouden wellicht te laat arriveren. Ik weet niet of er op dat moment al extra tijd gegeven was in verband met de extra kilometers die we moesten maken.

 

Na Carhaix volgde de etappe naar Loudéac. Ik zie nu meer van het landschap omdat het op de heenweg nog donker was. Het zijn vooral rustige binnenwegen met weinig verkeer, veel korte hellingen en regelmatig bosachtig terrein.

Waren het op de heenweg steeds blauwe borden met roze pijlen en een witte reflecterende punt, die we moesten volgen, nu zijn de pijlen wit/grijs.

De snelheid van de eerste uren is nu volledig weg. De gemiddelde snelheid wordt steeds lager en is nu ergens in de 26 km/u. De beklimmingen worden rustiger aan gedaan en naar beneden is het vooral de benen stil houden en wachten tot je onderaan bent om dan nog even aan te zetten en proberen het eerste deel van de volgende klim nog wat vaart te houden.

Om 19.09 ben ik na 791 km in Loudéac.

 

Als ik na de zoveelste warme maaltijd van vandaag, met een kwart liter koffie uit een groenteschaaltje, weer vertrek moet al snel het reflecterende hesje aan en doe ik nieuwe batterijen in de koplamp.

De tweede nacht begint zoals de eerste: zwoel en een volle heldere maan.

Ik ben nog niet echt moe en verbaas me over het feit dat ik weinig slaap heb.

’s Nachts fiets je anders dan overdag. Je fietst meer op je gevoel en let minder op snelheid. Het tempo ligt dan ook lager. Je kunt niet op je fietscomputer kijken om te zien hoe snel je rijdt en ook op de hartslagmeter is niets te zien. Wanneer je moet schakelen met de derailleur, doe je dit zonder dat je weet welk verzet je gebruikt en het kwam ook regelmatig voor dat ik dacht een kleiner verzet te kunnen schakelen terwijl dit niet ging.

Mijn verzet was voor: 52-42-30 en achter 12-13-14-15-17-19-21-23. Ik fietste dan met 42-23 en dacht dat ik 30-17 gebruikte. Ik wilde dan schakelen naar de 19, maar dat ging niet. Een enkele keer moest ik hierdoor zelfs van de fiets om de juiste instellingen voor elkaar te krijgen.

 

Vlak voor Quedillac is weer een geheime controle. Het is er erg rustig en er is weinig sfeer. Na een korte stop fiets ik door naar Tinténiac, waar ik tegen middernacht aankom. Ik ben in twee fietsdagen 879 km verder gekomen dus op ruim 2/3 van de totale afstand. Voor de resterende 380 km heb ik nog 41 uur de tijd. Dit moet, zelfs als het tegenzit, goed te doen zijn. Als ik in het normale tempo door ga ben ik de volgende dag tegen het eind van de dag weer in St. Quentin.

Ik voel me redelijk fris en heb geen last van slaap. Vele anderen proberen wel wat te slapen en dat niet alleen op de daarvoor bestemde bedden.

In de eetzalen zie je fietsers half op tafel slapen. Ook onder de tafel, in de gang of tegen een muur. Buiten zie je ze liggen op een gazon bij de controles en ook onderweg zie je slapende fietsers in parken, op banken en in portieken of zomaar langs de kant van de weg in een weiland of de berm.

 

Overal kun je slapen

 

 

Donderdag 26 augustus.

Na Tinténiac de etappe naar Fougères. 60 kilometer kort.

Evenals op de heenweg geheel in het donker. Het is inmiddels erg rustig op de weg. Niet alleen zijn veel deelnemers ergens aan het rusten, maar ook zijn diegenen die nog wel fietsen verspreid over de route aanwezig.

De batterijen uit mijn voorverlichting zijn kwalitatief niet de beste. Wellicht hebben ze geleden van de regen. Ze zaten bij de reservespullen die ik al sinds de kwalificatieritten bij me heb. Deze spullen zijn sindsdien regelmatig nat geworden.

Het is zo rustig op de weg dat ik bijna een uur lang volkomen alleen fiets. Geen andere weggebruikers gezien, geen rood achterlichtje van een voorganger of een wit lichtje van iemand achter mij. Niets. Je beseft dan dat je zelf de uitdaging aangaat en het ook zelf moet volbrengen. Zo volkomen alleen is overigens niet beklemmend, maar geeft rust. Er zijn weinig zijwegen die van belang zijn, zodat je haast niet verkeerd kunt rijden. Omdat het donker is, is je tempo gebaseerd op dat waar je op dat moment toe in staat bent en laat je je niet leiden door anderen of je kilometerteller.

Op de lange rechte afdaling Fougères in haal ik in het donker de hoogste snelheid van die dag: ruim 66 km/u. Om half 4 ben ik bij de controlepost. Halverwege de terugreis.

 

Na een betrekkelijk korte pauze, zonder volledige maaltijd vertrek ik weer, maar het liep voor geen meter. Eerst een lange klim uit de stad, waarbij mijn voor-verlichting weer minder werd. Buiten de stad, nog op de helling, heb ik er weer nieuwe batterijen in gedaan. Het resultaat was bedroevend, geen heldere bundel, maar een flauw schijnsel.

Ook begon mijn zitvlak wat problemen te vertonen. Met wat vaseline heb ik het ongemak enigszins bestreden.

Na een kilometer of 10 stond aan de kant weer een van de regelmatig terugkerende stalletjes met mensen die je iets te bieden hebben. Meestal zijn dit kinderen die overdag water of soms fruit voor je hebben. Deze leek anders.

Omdat ik me niet geheel fit voelde en wat wilde pauzeren stopte ik en kwam met de mensen in gesprek. Ze hadden koffie en daarnaast een flinke stapel pannenkoeken gemaakt. Ik nam van beide en vroeg wat de kosten waren. Het was gratis, maar ik kreeg een adres van hen in de handen gedrukt met de vraag of ik uit mijn woonplaats een ansichtkaart wilde versturen.

Zij deden dit al jaren en hadden een grote verzameling van kaarten hangen. Ook hielden ze op en grote kaart van Frankrijk bij waar de deelnemers woonden.

Omdat Zwolle niet op de kaart stond werd een kaart gezocht waar wel iets op aan te tekenen was. Het werd een kaart van de hele wereld waar Nederland nog net op te zien was. Ik heb ze verteld dat Zwolle bij de tweede A van A’dam lag.

 

Ik vertrek weer en doe ook de noodverlichting aan, wat samen nog een acceptabel zicht geeft. Toch ben ik er niet tevreden over. Wanneer ik met anderen fiets valt mijn verlichting zo in het niet dat ze haast niet te zien is.

Bij controle van mijn verlichting zag ik dat ik een oplaadbare batterij gebruikt had die al leeg was. Ik vervang dan alle batterijen door nieuwe. Het resultaat is een mooie lichtbundel.

Tegen het ochtendkrieken word ik wat slaperig en ik ga even rusten in een berm. Na 20 minuten liggen met de ogen dicht en een appeltje eten, stap ik weer op en arriveer om 8.40 uur, na 1026 km in Villaines la Juhel.

Er resteren nu nog dik 200 km: een flinke zaterdagse tocht. Ik maak een berekening en hoop dat ik net voor het donker wordt klaar kan zijn met PBP.

 

In de afgelopen etappes had ik wat last gekregen van mijn maag. Waarschijnlijk komt het door de pittige soep of van de vele priklimonade. Ik stop hiermee en beperk me verder tot “gewoon” warm eten als pasta en puree met water en melk. Dit laatste onderdrukt verder de opstandige maag.

Ik vul ook een bidon met melk en neem af en toe een slok als ik de maag weer voel. Die problemen zijn nu over.

Een ander probleem is de zadelpijn. Normaal op het zadel zitten geeft steeds meer problemen, met name wanneer je begint te fietsen, na een rust of wanneer je even op de pedalen gestaan hebt.

Ik probeer zo weinig mogelijk te bewegen op het zadel en als je een tijdje zit dan is de pijn draaglijk.

 

Er komen nu weer meer fietsers op de weg en ik rij een tijdje op met een Engelse jongen op een ligfiets. Ligfietsers kunnen vaak niet zo snel klimmen en zijn tempo heuvelopwaarts ligt mij wel. Het blijkt dat hij in het begin van de rit problemen met zijn zadelinstelling heeft gehad en daardoor zijn beenspieren overstrekt heeft. Dit heeft zoveel tijd gekost dat hij te laat op een controle was en daardoor zijn stempelboekje moest inleveren. Hij is officieel dus uitgevallen, maar heeft wel de route vervolgd, zij het dat hij in Carhaix al aan de terugweg begonnen is.

Na een lange helling en een afdaling met een stuk weg dat net geasfalteerd was bleef hij achter.

Onderweg stap ik nog een keer af om 20 minuten de ogen te sluiten en wat uit te rusten. Wanneer ik weer verder ga is het al weer boven de 25 graden met “Hollandse” luchten.

Om 13.50 uur ben ik in Mortagne au Perche. Nog twee etappes.

 

Met de wind mee vertrek ik uit Mortagne. Nog een keer neem ik een pauze van een 20 minuten in een berm. Daarna gaat het voortvarend (afgezien van de zadelpijn die blijft). De benen zijn goed in vorm. Het tempo ligt vaak boven de 30 en ik ontmoet een Duitse jongen die de kwalificatie grotendeels ook in Lonneker heeft gereden. Hij is achterop geraakt bij zijn groep en wil nu een uur proberen goed te maken. Hij rijdt in een stevig tempo door en we passeren verscheidene andere fietsers. We fietsen over lange rechte wegen en door eindeloze lege akkers. Waren de binnenwegen in West-Bretagne vaak voorzien van een grof wegdek, hier zijn veel wegen met zwart macadam. Dit rijdt uitstekend.

Wanneer een groepje ons inhaalt pikt hij hierbij aan en laat ik hem gaan. Het gaat mij net iets te snel. Na een tiental kilometer zie ik hem echter weer voor mij en als ik weer bij hem ben zegt hij dat hij de zinloosheid van een uur goedmaken inzag.

We fietsen samen naar de volgende controle in Nogent le Roi. We zijn hier tegen half 7.

In Nogent is een bericht voor hem achtergelaten. Zijn clubgenoten zijn een minuut of vijf geleden vetrokken en hij besluit in Nogent alleen maar te stempelen en gaat meteen door in de hoop zijn makkers te achterhalen.

 

Ik neem nog een maaltijd en kom een andere Riekus tegen. Hij staat bij mij op de camping en komt uit Noord-Brabant, omgeving Grave. We starten samen aan de laatste etappe naar St. Quentin (Guyancourt).

Meteen buiten Nogent stuiten we op een omleiding van de route. In plaats van na 7 km komen we nu pas na 19 km in de eerstvolgende plaats aan. Op de eindeloos lange rechte wegen die volgen wordt het groepje waarin we rijden steeds groter.

Riekus vertelt dat minstens 2 en misschien wel 3 personen uit zijn groep onderweg zijn gestopt. Ze zijn ziek geworden. De oorzaak kan velerlei zijn. Slaapgebrek, vermoeidheid, eenzijdig eten, warmte, te weinig eten of drinken of nog wat anders.

 

Een van de fietsers in de groep blijkt een Fransman uit de buurt te zijn die niet meedoet aan PBP, maar de laatste etappe de sfeer wil proeven.

Ook sluit zo’n 25 km voor het eind een motorrijder bij de groep aan. Hij blijkt in de eindfase van de etappe groepen te begeleiden en gaat regelmatig naar voren om kruispunten af te zetten.

Onder impuls van de grootte van de groep, de vrije kruisingen op de wegen en het feit dat de finish nadert, blijft het tempo van de groep regelmatig ruim boven de 30. Dit is voor mij geen probleem, tot de laatste 15 kilometer, waar nog diverse hellingen beklommen moeten worden. Ik zie geen kans meer om het gat dat ik in de klim moet laten vallen steeds weer te dichten en laat de groep gaan. De Fransman blijft echter bij mij en samen fietsen we tot vlak voor de finish. De laatste kilometers door St. Quentin wordt het donker en ik arriveer na 1262 km bij de eindcontrole om 21.49 uur. Totaaltijd: 64 uur 49 minuten.

De gefietste tijd was in totaal 49 uur en 39 minuten; pauzes dus 15 uur 10.

 

De laatste meters

 

Ook Riekus had inmiddels de tocht tot een goed einde gebracht. Zijn groepje was op het laatste stuk nog 8 minuten op mij uitgelopen.

Samen met Riekus ga ik terug naar de camping, waar ik een douche neem om de 2½ dag zweet van mijn lichaam te spoelen, trek een zak chips open, drink wat, blaas het luchtbed op en ga slapen.


Slotdag

 

Vrijdag 27 augustus.

Om 7 uur ben ik weer wakker. Veel eerder dan ik verwacht had, maar het langzaam leeglopende luchtbed zal hier wel debet aan zijn.

Mijn Belgische buurman is nog niet terug, maar komt even later aanfietsen.

Martijn is in de nacht teruggekomen. Achteraf concluderen we dat ik hem, zonder dat we elkaar hebben gezien, in de buurt van Brest voorbij gereden moet zijn.

 

Françoise was de middag tevoren al terug gekomen, maar toen ik op de camping kwam waren zij al naar bed. Ze had de tocht in circa 56 uur volbracht en dacht dat ze de snelste vrouw was.

Ik had de avond tevoren toen ik aankwam de lijsten met tijden van teruggekomen fietsers bekeken en had daar vrouwennamen bij zien staan die snellere tijden hadden.

Ook zij hadden een naam ontdekt, maar vermoedden dat dit een tandem was geweest.

Na mijn mededeling dat ik meer dan 1 vrouwennaam had gezien hebben zij alsnog weer bij de finish de lijsten bekeken en uiteindelijk bleek dat een Amerikaanse in 52 uur de tocht had volbracht. Françoise was hevig teleurgesteld. Zij had bijna een dag lang het idee gehad dat ze gehuldigd zou worden voor iets waar ze ruim 2 jaar voor getraind had.

Haar vriend was ik al op de eerste dag tegengekomen toen hij aan de kant van de weg stond met kramp. Hij zei dat hij zou stoppen en is waarschijnlijk na ca 300 km (Fougères) in de camper gestapt.

 

Vandaag wil ik nog wat sfeer proeven en foto’s maken van PBP.

Het fietsen is even nog onmogelijk, dus ik stap in de auto (hetgeen ook al de nodige moeite kost). Ik rijd met een omweg in de richting van de laatste controlepost en koop onderweg een ontbijtje.

Voor Nogent le Roi parkeer ik de auto langs de route. Het zien van al die fietsers die nu nog op weg zijn naar de finish is emotioneel. Met name omdat je weet wat die mensen nu door moeten maken. Het feit dat ze het met gemak zullen redden is daarbij wel een positief gevoel.

Ik maak een paar foto’s en rijd nog een stukje langs de route in de richting van St. Quentin.

Circa 15 km voor het eind kom ik een Engelsman tegen die een fiets uit 1904 heeft gerestaureerd en nu op deze fiets bezig is de totale afstand af te leggen.

Rechtopzittend, met een rieten mandje voorop en een strooien hoedje op en slechts een drietal versnellingen is hij met zijn laatste kilometers bezig. Uitermate bewonderenswaardig zoals deze man de tocht gaat volbrengen.

 

In stijl op een fiets uit 1904

 

Bij de finish is het een drukte van belang. Achter elkaar komen nog fietsers binnen. Een (wat oudere) fietser is zo blij dat hij het gered heeft dat hij nog 3 ererondjes rijdt rond de rotonde voor het gebouw van de eindcontrole: het “Gymnase des Droits de l’Hommes”.

Iedere terugkerende fietser wordt met groot enthousiasme ontvangen.

Binnen bij de opgehangen lijsten met de terugkomsttijden van deelnemers zie ik dat Riekus uit Peize circa 2 uur na mij is gefinishte.

De snelste tijd is gemaakt door twee Fransen in 44 uur en 26 minuten. Na enig rekenwerk concludeer ik dat mijn eindtijd goed is voor een plaats ergens tussen de 300e en 350e plek.

Weer thuis en …

 

… de volgende dag jarig


 

Motoronderhoud

 

Hier wil ik een aantal praktische zaken op een rij zetten die voor mij en wellicht voor anderen een richtlijn kunnen zijn voor een volgende grote tocht als PBP. Ik ga er gemakshalve van uit dat er geen begeleidende auto meerijdt. De deelnemer moet dus zelf overal voor zorgen.

Test in de kwalificatieritten het een en ander uit, zodat je niet voor verrassingen komt te staan. Je fietst niet vaak met verlichting en een lamp die stevig lijkt te zitten, kan na een kasseistrook zo van je fiets vallen.

 

·         Verlichting.

Mijn fiets was voorzien van dubbele voor- en achterverlichting. Een van beide dient dan als basis, de ander als reserve.

Alle verlichting kreeg stroom uit batterijen. De voorlampen gebruiken veel meer energie dan achter en zijn na een nacht in het donker op. Oude batterijen zelfs nog sneller. Het is dus zaak om voldoende batterijen mee te nemen voor iedere nacht, of om tijd te spenderen en om onderweg nieuwe te kopen. Achterverlichting verbruikt (bij diodelampjes) veel minder stroom en mijn ervaring is dat een volledige PBP op een set gereden kan worden. Bij dubbele achterverlichting zouden dan geen reservebatterijen nodig zijn.

 

Een verlichting die werkt op een dynamo geeft vaak meer licht, maar het nadeel is dat het fietsen met de dynamo aan wat zwaarder is. De bedrading van verlichting met een dynamo kan losschieten en is kwetsbaar voor draadbreuk.

 

De organisatie van PBP gaat niet na of er reservebatterijen aanwezig zijn, alleen of er 3 reservelampjes voor zowel de voor- als de achterverlichting aanwezig is.

 

·         Bagage

Het makkelijkst neem je bagage mee achterop een fietsdrager of in een stuurtas. Ook een kleine rugtas kan handig zijn, mits licht en zonder banden die knellen.

Verdeel het gewicht goed, zodat de fiets stabiel blijft, ook in snelle afdalingen.

Verpak zaken die niet nat mogen worden in een plastic tas of neem een paar plastic zakken mee. De meeste fietstassen zijn op den duur niet waterdicht.

 

·         Kilometerteller / hartslagmeter

Ik had twee kilometertellertjes gemonteerd. Een voor de dagafstand en een voor totaalafstand.

Uit ervaring blijkt dat sommige tellertjes nogal storingsgevoelig zijn. Resetten wanneer je op een paar knopjes leunt; stoppen met registreren wanneer de sensor of de teller zelf verschuift; regen en vergeten te starten kunnen redenen zijn waardoor de juiste afstand niet weergegeven wordt. In het donker heb je niet in de gaten dat een teller niet werkt.

Ook kunnen sommige tellers niet rekenen wanneer de afstand boven de 1000 km komt of de tijd boven 100.000 seconden (ruim 27 uur) komt. Het gemiddelde wordt dan verkeerd weergegeven of vertoont een E of alle functies stoppen spontaan.

 

Een hartslagmeter heeft naar mijn mening weinig nut meer bij PBP. Je start in het donker en gaat in het begin met een groep mee. Later wanneer het licht is ben je al uren aan het fietsen en is de hartslag vaak niet meer vooruit te branden. Na een dag fietsen gelden totaal andere (lagere) waarden dan je gewend bent. Tot slot kan de band van de hartslagmeter om je middel een behoorlijke irritatie op de huid geven.

 

·         Banden, ketting etc.

Zorg voor goed onderhouden materiaal, liefst nieuw. Je moet tenslotte ruim 1200 km fietsen.

Geef desnoods in de week voor vertrek naar Frankrijk de hele fiets een grondige onderhoudsbeurt. Spatborden zijn niet meer verplicht.

 

·         Geld

Deelnemen aan PBP kost geld, ook onderweg is regelmatig geld nodig. Mijn onkosten bestonden alleen uit eten. De gemiddelde maaltijd in de selfservice restaurants ligt zo tussen de 30 en 45 Ffranc. Uitgaande van 14 stops voor maximaal 45 Ffranc, kom je op 630 Ffranc.

Verder kan enige reserve voor een reparatie o.i.d. geen kwaad.

Wanneer een bank- of giropasje meegenomen wordt kun je in de grotere plaatsen ook bij-pinnen wanneer dit nodig is.

 

·         Eten en drinken

Bij de controleposten is voldoende eten en drinken te krijgen. 4 of 5 keer warm eten elke fietsdag is aan te bevelen. Wanneer je ’s nachts doorfietst, eet dan ook ’s nachts warm.

Varieer wel in maaltijden en neem soms wat groente, soep en een toetje. Een aantal mensen is in 1999 uitgevallen met voedselproblemen. Bij brandend maagzuur wil melk vaak wel helpen.

Extra koekjes of mueslirepen meenemen is vaak eerder een ballast, dan dat je er gemak van hebt.

 

Mijn ervaring is dat twee grote bidons en een reserve bidon voldoende is. Overdag, wanneer het rond de 30 graden kan zijn verbruik je veel vocht. Vul de bidons bij iedere controlepost aan tot het maximum. Wat je drinkt is meer persoonsgebonden, maar ook hier geldt dat je beter wat kunt variëren. Water – sportdrank – frisdrank – ranja – vruchtensap etc.

 

In de nacht verlies je veel minder vocht dan overdag. Je drinkt dan ook minder. Het is dan veel koeler en bovendien ligt het tempo ’s nachts vaak lager.

 

·         Kleding

Neem kleding mee waarvan je weet dat die goed zit. Een regenjasje, inzetmouwtjes en beenstukken kunnen heel handig zijn. Reservekleding is vaak overbodig. Alleen bij regen heb je de neiging om van kleding te wisselen. De meeste kleding is vaak snel weer droog. Sokken blijven vaak lang vochtig, zodat een paar reservesokken prettig kan zijn. Wanneer de schoenen droog zijn blijven de sokken vaak nog lang vochtig. Reservesokken blijven droog in een boterhamzakje. Een reflecterend hesje (of reflecterende band) is verplicht.

 

·         Reparatiemateriaal

Op alle controleposten is reparatiehulp aanwezig. Het is dus zaak om minimaal bij de volgende controlepost te komen.

Voor onderweg is reservemateriaal noodzakelijk, maar te veel is niet nodig.

Twee of drie reserve binnenbanden, een opvouwbare buitenband en regulier bandenplakspul zal in 99% van de gevallen toereikend zijn. Spaakbreuk kan tot een slag in het wiel leiden en een spakenspanner biedt dan uitkomst. Een zak-setje met inbussleutels en schroevendraaiers en een klein mesje zorgen er voor dat je vrijwel altijd een controlepost kunt halen.

 

·         Verder

Wanneer je wilt onthouden wat je onderweg meemaakt, zorg dan voor een pen en papier. Rondom een maaltijd heb je vaak wel even tijd om iets kort op te schrijven.

 

Terug naar het Verhalen-overzicht