PBP: It’s our Party

18-22 augustus 2003

 

Eind maart 2003:

Het is Zaterdag 29 maart. Een periode van 5 maanden begint. Vandaag moet de eerste rit van een serie verreden worden om uiteindelijk eind augustus mee te mogen doen aan Parijs-Brest-Parijs (PBP).

 

PBP is een van de oudste wielerklassiekers. Voor het eerst verreden in 1891 door professionele wielrenners. Later werd het een gecombineerde rit samen met liefhebbers.

De wedstrijd werd vanwege de lengte (1200 kilometer) niet elk jaar gehouden, maar in het begin om de 10 jaar. Geleidelijk aan lieten de profs het afweten en namen de liefhebbers het over. Een toerclub in Parijs nam de organisatie al voor de oorlog ter hand en organiseert nu om de 4 jaar deze tocht. Dit jaar het al weer voor de 15e keer.

 

Om mee te mogen doen moet je je kwalificeren. Je moet dan in een tijdsbestek van 3 maanden afstanden (brevetten) van 200, 300, 400 en 600 kilometer rijden. Bij de laatste 2 wordt er ook ‘s nachts door gefietst.

 

De 200 km eind maart is voor mij geen probleem. Ik heb al tientallen malen een dergelijke tocht gereden en met een uur of 8 (inclusief stops) ben ik weer terug in Lonneker, van waaruit deze kwalificaties plaats vinden.

 

Voor de 300 kilometer is het vroeg opstaan. Je moet om 6 uur in Lonneker zijn voor de start en dat is vanuit Zwolle toch een uur met de auto. Het betekent in mijn geval rond half 4 opstaan. Dan fietskleding aan, eten en de fiets achterop de auto. Inmiddels is Cor Vahl uit IJsselmuiden gearriveerd. Samen met hem bereid ik mij voor op PBP. Het is voor hem het eerst dat hij mee wil doen. Ik heb 4 jaar geleden ook al mee gedaan.

 

De 300 km kenmerkt zich door frisse temperaturen en veel wind, met name op de terugweg is de wind tegen. De rit wordt hierdoor extra zwaar, maar vrijwel iedereen slaagt er in om binnen de maximaal toegestane tijd terug te zijn.

 

Tijdens PBP en ook tijdens de kwalificatieritten gelden er maximale tijden waarbinnen de rit gereden moet zijn. Op de kortere afstanden is dit geen probleem, maar wanneer er een nacht tussen zit wordt de limiet krapper.

De limieten zijn:

200 km 13 uur; 300 km 20 uur; 400 km 27 uur en 600 km 40 uur.

Voor PBP zelf kan gekozen worden uit 80, 84 of 90 uur (afhankelijk van de starttijd).

 

Begin mei staat er een 400 km te verrijden. Er zijn ongeveer 90 deelnemers in Lonneker waarvan circa een derde deel uit Duitsland komt. De route gaat direct de grens over, Duitsland in. We verrijden ons na goed 100 km en pakken zo een stukje Teutoburger Woud mee.

Het verste punt ligt in Warstein, in het noorden van Sauerland. Op de terugweg, in de vroege ochtend is het koud en begint het te regenen. Je vraagt je soms af waar je aan begonnen bent en of dit nog wel leuk is. Maar de bevrediging als je de klus geklaard hebt, laat veel leed ondersneeuwen.

 

Eind mei volgt de 600 km. Weer vroeg in de ochtend op pad en weer richting Duitsland. Dit maal krijgen we circa 250 km van Sauerland voor de kiezen.

Het regent al bij de start en dat blijft zo tot vlak boven het Ruhrgebied. Daar breekt de zon door en het wordt lekker weer. Het blijft droog tot midden in de nacht, maar dan begint het weer te regenen. Samen met de ochtendkoelte zorgt dit er voor dat velen zitten te klappertanden op de fiets. Na een uur of 6 wordt het weer droog en na een kleine 30 uur zijn we terug in Lonneker.

De kwalificatie zit er op. Nu is het in conditie blijven en op naar Parijs.

 

In de tussentijd van juni tot half augustus rij ik nog een 300 km in Limburg en krijg tijdens de vakantie in Frankrijk een hittegolf over me heen. Aan ontberingen in de voorbereiding heeft het niet ontbroken.

 

Onze Olympische Spelen.

Omdat PBP eens in de 4 jaar wordt verreden en het een van de zwaarste tochten in de wereld is wordt de vergelijking met de Olympische Spelen nogal eens getrokken. Er doen dan ook fietsers mee uit alle uithoeken van de wereld: Japanners, Zuid-Afrikanen, Australiërs en zelfs een kleine 400 Amerikanen. In totaal zijn er ruim 4000 deelnemers.

Alleen de deelname al aan een tocht met zoveel nationaliteiten is indrukwekkend.

 

Zaterdagochtend 16 augustus: Cor Vahl en ik gaan vol verwachting richting Parijs.

De reis gaat voorspoedig en na 6 uur in de auto staan we voor de camping bij het “Base de Loisirs” in St. Quentin en Yvelines. In deze voorstad van Parijs is de start en finish.

De zaterdag gebruiken we verder om de tenten op te zetten en kennis te maken met de andere campinggasten, die voor 90% uit fietsers en hun begeleiders bestaat. Allen met maar 1 doel: PBP.

 

Op zondag worden de fietsen gekeurd. Omdat een deel van de rit in het donker wordt verreden moet de verlichting, met reservelampjes, in orde zijn en je moet een reflecterend hesje tonen. Dit hesje is verplicht te dragen tijdens het rijden in de nacht.

Als dit akkoord is kunnen we in de sporthal onze bescheiden als magneetkaart en stempelboekje halen. Ook eventuele extra zaken als bestelde shirts krijgen we daar.

Na de keuring gaan Cor en ik de omgeving wat verkennen op de fiets. Het wordt een rustig ritje van zo’n 45 km.

 

Maandagochtend is de proloog, een rit van 30 km door alle deelgemeentes van St. Quentin. Maar voor het zover is, breekt ’s nachts een enorme hoosbui los. Teveel voor mijn oude tent, die zich van de slechtste kant laat zien en er voor zorgt dat er water in de tas met kleren stroomt. De volgende ochtend zijn werkelijk alle kleren nat.

Geen proloog dus en maar de was ophangen en hopen dat de kleding op tijd droog is.

Na een miezerige ochtend breekt in de middag de zon door en met veel draai- en keerwerk krijg ik gelukkig alles op het eind van de dag droog.

 

Op de step

 

Maandagavond gaan we naar de start kijken van de 20.00-uur groep. Deze 1000 snelle jongens hebben 80 uur de tijd om weer terug te zijn. Daarna vanaf 21.45 uur de deelnemers voor 90 uur. Eerst de specials (ligfietsen, 3-wielers en zelfs een step) en daarna een stuk of 5 groepen van 500 deelnemers met “gewone” racefietsen.

 

Start 20.00 uur

 

Wij, de resterende 500, zijn de volgende ochtend aan de beurt voor 84 uur. Maar wij hebben nog een nachtrust tegoed. Gelukkig slaap ik redelijk goed, maar we moeten toch erg vroeg uit de veren: 3.30 uur.

We eten in rust nog een uitgebreid ontbijt en vertrekken naar de start. Om kwart voor 5 wordt onze magneetkaart gestript en om 5 uur kunnen we op weg.

 

De magneetkaart registreert de controletijden van start en finish en alle tussenliggende controles. Deze “tijdstempels” worden vervolgens op het Internet gezet en zo kan het thuisfront van de voortgang van de eigen favoriet op de hoogte blijven.


1e dag St. Quentin en Yvelines – Tinteniac 420 km

De eerste kilometers van deze etappe worden verreden in het donker en achter een auto die voor ons rijdt. Cor en ik proberen zoveel mogelijk vooraan te komen om in de luwte van de grote groep mee te kunnen rijden en zo geen last te hebben van de lichte tegenwind die er staat.

Dit lukt onafhankelijk van elkaar voor beide van ons. Na zo’n 40 kilometer zitten we vlak bij elkaar in het eerste deel van het eerste peloton, zo’n 150 deelnemers groot, overwegend mannen.

 

Er wordt een stevig tempo onderhouden en de kleine heuvels die we tegenkomen kan ik goed verteren en ik kan steeds in het peloton blijven.

Dat wordt anders als we de “Perche” naderen, een heuvelachtig gebied op de grens tussen Normandie en Bretagne. Er doemen nu serieuze heuvels op met langere beklimmingen. Echt hoog wordt het nooit. We blijven meestal tussen de 100 en 300 meter boven NAP. Na de tweede klim hier ben ik los van het peloton en moet verder op eigen kracht door naar de eerste verversingspost in Mortagne au Perche op 141 km.

Ik rust even en neem wat eten tot me en hoop op een leuk groepje om zo naar de eerste echte controle in Villaines la Juhel.

Meteen doemen de volgende heuvels op en elk groepje waar ik bij aansluit moet ik laten gaan op de hellingen. Het resultaat is dat ik deze etappe grotendeels alleen rij en met de toenemende warmte en immer aanwezige tegenwind zakt mijn moraal enorm.

 

Ik arriveer dan ook in Villaines na 225 km met een behoorlijke dip. Ik laat de magneetkaart registreren en ga naar het restaurant om wat te eten. Cor is in geen velden of wegen te zien en ik vermoed dat hij al flink op mij voorligt. Misschien al wel een uur.

 

Als ik weer vertrek is het bijna twee uur in de middag en tegen de 30 graden. Ik realiseer me dat mijn mooie schema van een finish in 60 uur nu al verkeken is en ik rij een gezapig tempo weg.

Het wordt een lange etappe van 90 km met behoorlijk wat hoogtemeters (ruim 700).

 

Ik sluit me aan bij een groepje Amerikaanse deelnemers, maar moet zoals gebruikelijk weer lossen op de eerste de beste helling. Ik merk dat ik dit keer niet de enige ben, want er blijft iemand in mijn wiel zitten. Ook na een volgende helling is dit het geval en ik krijg van achteruit te horen: “Is it okay that I stay on your wheel?” Het maakt mij niet veel uit en ik zeg: “Okay”. Eigenlijk rij ik op dit moment liever met iemand anders dan alleen. Wat gezelschap om tegen te praten kan mij wellicht uit het dal halen. Dit dal was inmiddels een aardige afgrond geworden.

Na een tijdje gaan we even naast elkaar rijden en ik zie dat het een Amerikaanse dame is die Melanie blijkt te heten. Zij heeft in het begin van de dag al last gekregen van haar maag en schiet ook veel minder op dan haar plan was. Door in mijn wiel te hangen bij de tegenwind hoopt zij enigszins herstellen. Voor mij werkt het positief, want ik kan nu in een iets aangepast tempo een heel vast ritme aanhouden.

 

Samen rijden we naar de volgende controle in Fougeres. We stempelen en spreken af om na een uurtje samen weer verder te gaan.

Haar plan was om in Carhaix te gaan slapen en ik wilde in Brest bekijken hoe moe ik was. We zien wel.

Het wordt een korte en relatief eenvoudige etappe naar Tinteniac. Het is inmiddels al donker wanneer we er weer vertrekken en gaan samen door de nacht naar Loudeac.

 

2e dag Loudeac – Loudeac 375 km

Wanneer we in Loudeac aankomen om 3 uur in de nacht zijn we beiden moe en hebben problemen om de ogen open te houden. De slaapzaal is vol en we gaan in de eetzaal maar een plekje zoeken om wat te slapen.

 

Slapen

 

Melanie heeft een wekkertje bij zich en na een half uurtje in een hoek op de grond voor mij en half op een tafel voor haar gaan we weer op pad. De slaap is weg maar de nacht is fris.

Het tempo blijft rustig met een tempo van net boven de 20.

We hebben in de eerste twee etappes toch nog een redelijke voorsprong weten op te bouwen op de sluitingstijden van de controles, zodat we daar geen zorgen over hebben. Na een controle in Carhaix volgt de rit naar Brest, waar we halverwege zijn.

Vlak voor de top van de Roc Trevezel komen we Cor tegen. Hij is inmiddels al op de terugweg. Als wij later weer op het zelfde punt zijn is het al 6 uur later.

Het wordt weer warm, maar de stemming wordt beter. Beiden klimmen we uit het dal. Zij krijgt de maagproblemen onder controle door af en toe melk te drinken en mij bevalt de aanspraak wel.

 

Wanneer Brest in zicht komt stijgt de stemming en bij aankomst hebben we nog ruim 4 uur over op het sluitingsschema. De tijd voor de terugweg is echter ruimer bemeten dan voor de heenweg. Geen zorgen dus.

 

We gaan op terugweg. Weer volgt de eindeloze klim naar de Roc Trevezel, maar het is voor ons geen probleem. Doordat we ons we ons de afgelopen etappes niet bovenmatig ingespannen hebben, kunnen we nu met de middenmoot mee omhoog. Omlaag kunnen we er nog een schepje bovenop gooien, zodat we diverse anderen weer kunnen inhalen. Met een lange klim de stad in komen we weer in Carhaix.

Het vaste patroon op de controles wordt weer gevolgd van afstempelen, eten en persoonlijke verzorging. Meestal zijn we hiervoor een uur kwijt.

 

Het is inmiddels weer avond en we vertrekken naar Loudeac. Hier aangekomen is het middernacht en we besluiten weer een korte slaappauze in te lassen.

Het is nu nog moeilijker om een slaapplek te vinden. Er liggen overal anderen te slapen. Tegen alle muren, onder banken, op stoelen, half op tafels waarbij sommigen middenin hun eten in slaap zijn gevallen. Melanie heeft het gevoel in een vluchtelingenkamp te zitten.

 

3e dag Loudeac – Mortagne au Perche 284 km

We vertrekken voor een etappe in het donker naar Tinteniac. We verkeren in de veronderstelling dat het een korte etappe is van 55 km, maar dat blijken er 88 te zijn. Dit is een kleine domper. Ook is het fris met temperaturen onder de 10 graden. Gelukkig duren de vele beklimmingen vrij lang en worden we dan lekker warm. De afdalingen gaan snel. De SON-naafdynamo bewijst haar goede diensten.

 

De ochtendzon geeft nieuwe energie en na Tinteniac volgt nu wel de vrij korte etappe met weinig hoogtemeters. We houden een korte stop zo’n 10 km na Tinteniac, zoeken een bakkertje op in een dorp en gaan lekker voor een kerk ontbijten.

De stemming stijgt verder en we doen de laatste 20 km tot Fougeres als een soort ploegachtervolging. We krijgen hier lol in en proberen zoveel mogelijk andere deelnemers in te halen. Het begint leuk te worden.

 

Na de middag wordt het weer te warm en doen we het rustig aan. Melanie probeert nog wat te slapen in een appelboomgaard, maar de angst dat een appel op haar hoofd zal vallen is te groot om echt de slaap te vatten.

Bij de volgende controle in Villaines zien we ineens Cor lopen. Hij heeft een enorme inzinking gekregen en is ziek. Hij kan geen eten binnenhouden en heeft al een dokter geraadpleegd. De geur van het restaurant maakt hem al misselijk.

Hij doet het verder rustig aan, blijft kort op de controles en gaat nu redelijk gelijk met ons op.

 

Fietsenstalling in Villaines la Juhel

 

Na Villaines wordt het langzamerhand weer donker en we nemen in de avondwarmte de kans waar om aan de kant van de weg een hazenslaapje te doen.

Nadat we weer op weg zijn koelt het erg af en de temperatuur zakt onder de 10 graden. We krijgen het koud, het tempo zakt en we komen koud aan om een uur of 2 in Mortagne au Perche.

 

4e dag Mortagne au Perche – St. Quentin en Yvelines 174 km

We nemen weer uitgebreid de tijd om op adem te komen en overleggen wat te doen. Als we het tempo blijven aanhouden wat we nu doen, zo’n 18 km per uur, komen we toch nog in tijdnood. We moeten sneller opschieten.

Eerst komen er weer de heuvels van de Perche, waar we iets warm van worden, maar in de afdalingen koelen we ver af. Op een vlak stuk dat volgt rijden we in een uur maar 15 km. Dit is te gek.

De slaap slaat weer toe en om wakker te blijven proberen we elkaar zoveel mogelijk dingen te vragen. Toch helpt dit niet. We zijn verkleumd en hebben de hele breedte van de weg nodig om slaapaanvallen te pareren. Dat levert moeilijke omstandigheden op voor mensen die ons willen passeren.

 

Halverwege de etappe komen we tot de conclusie dat verder fietsen niet verantwoord is. We moeten slapen.

Melanie heeft een dunne zilverfoliedeken bij zich en we vinden een stukje gras bij een kruispunt. Na een tijdje kunnen we allebei ruim een half uur slapen.

De benen en nek die koud blijven, zorgen er uiteindelijk voor dat we weer wakker worden. We staan weer op en ik zie op mijn horloge dat het 5.5 graden is.

 

We gaan weer fietsen, maar sneller dan 10 a 12 km per uur lukt niet. Gelukkig wordt het ochtend en de eerste zonnestralen geven ons warmte en energie. Het tempo kunnen we opvoeren naar 18 a 20.

Een kop koffie van een uiterst bedrijvige barman in een plaatselijk cafeetje valt uitstekend.

Als daarna de zon echt begint te schijnen krijgen we het op onze heupen. We gaan sneller en sneller. Het rustige rijden wordt verlaten en we gaan richting 25 a 30. We halen nu steeds meer deelnemers in en ook grotere snellere groepen moeten er aan geloven. We denderen met 35 a 40 over de wegen tussen de afgeschoren korenvelden. Alles wordt ingehaald en uiteindelijk kan er zelfs niemand in ons wiel blijven hangen. Zo wordt het echt leuk. Dit is echt genieten.

Na ruim 30 km laten we het toptempo los en sluiten aan in een groep. Nog 5 km naar Nogent le Roi, de laatste controle voor de finish.

 

We nemen een uitgebreide pauze en willen de laatste etappe nog even alles uit de kast halen. Cor is inmiddels al weer vertrokken en Henk Kamphuis, die we al vanaf het begin regelmatig tegen kwamen ziet wel wat in ons plan, maar vreest kramp en gaat ook vast vooruit.

Na een paar km weer opgewarmd te zijn, pakken we de draad weer op en beginnen te sleuren over de wegen. Het maakt niet uit of er heuvels zijn of niet. Alles wordt met 30 of meer genomen. We halen weer honderden andere deelnemers in. We passeren Cor na 15 km met een tempo van boven de 40 en een tijdje later, iets kalmer, Henk. Hij kan bij ons aansluiten.

 

Onderweg

 

Na de heuvels van Gambais volgen de laatste 20 km door de voorsteden van Parijs. Hier laten we het tempo varen en vervolgen met een normaal tempo. Uiteindelijk komen we een paar km voor de finish op brede 4-baanswegen met stoplichten. We krijgen weer de kriebels. Inmiddels bestaat onze groep uit een man of 20 en we willen per se vooraan blijven. Bij de stoplichten sluipen we steeds geniepig naar voren en als de mogelijkheid er is sprinten we op volle macht naar de volgende. We lossen de meeste anderen en als het laatste stoplicht op groen springt wordt er afgesprint. Ik bereik met een snelheid van boven de 50 de rotonde en weet ook als eerste de finish te bereiken. Melanie passeert Henk nog net voor de finish en wordt tweede. Henk derde. De Spanjaarden, Italianen en Denen hebben het nakijken.

Onze eindtijd is 79 uur en 26 minuten.

 

We feliciteren elkaar en gaan gezamenlijk afstempelen. Daarna gaan we ieder onze weg. Melanie naar het hotel en wij naar de camping.

Het afscheid wekt emotie op. We hebben 1000 km samen lief en leed gedeeld en elkaar er bovenop geholpen. Melanie is voor mij een vriendin voor het leven geworden.

 

Terug op de camping komt Cor al vrij snel aanrijden. Hij heeft een tijd van iets boven de 80 uur. Een knappe prestatie, in aanmerking genomen dat hij verschrikkelijk ziek is geweest, maar heeft volgehouden.

 

We zijn te moe om meteen vandaag al huiswaarts te keren, maar de volgende dag gaan we weer naar Nederland. Vanuit ons huis wordt Cor door zijn dochter opgehaald. Cor is zo vol van de rit dat hij maar blijft praten. Er is geen speld tussen te krijgen.

Ik zelf leef nog 2 dagen in een roes en ben nauwelijks aanspreekbaar.

De lichamelijke klachten zijn minimaal: wat tintelende grote tenen, een doof gevoel in de nek en wat irritatie op het zitvlak.

 

Het was uiteindelijk, toen we de deceptie van de eerste honderden kilometers te boven kwamen, steeds meer een fantastische ervaring.

De terugweg en met name de laatste 120 km was genieten. Nu weer 4 jaar wachten.

 

Het was ons feestje.

 

Wat statistieken:

1253 km in totaal 79uur en 36min,

Fietstijd: 55uur31

Tijd op controles: 15u00

Stilstand tijdens ritten: 9u05

 

Hoogste snelheid 74.5

Gemiddelde rijsnelheid circa 22.5

Overdag maxima rond de 27 graden

’s nachts minima tussen 5 en 10 graden

Wind heen overwegend licht tegen

Wind terug meestal opzij, later iets mee.